Hogeschool van Amsterdam

Studentenstatuut

In het Studentenstatuut zijn de belangrijkste rechten en plichten vastgelegd van de (toekomstige) deelnemers aan het onderwijs van de hogeschool. Het statuut bestaat uit een algemeen deel, dat voor alle deelnemers geldt en een bijzonder deel, dat gekoppeld is aan een opleiding of een groep van opleidingen.

Algemeen en bijzonder deel

Het bijzonder deel van het Studentenstatuut is de Onderwijs- en examenregeling (OER). Hoewel de onderwijs- en examenregeling is toegesneden op het onderwijs van een opleiding of een groep van opleidingen, zijn bepaalde onderdelen daarvan uniform geregeld en kan daar door de opleiding niet van worden afgeweken. Het gaat daarbij met name om onderwerpen waarvan het  College van Bestuur het belangrijk vindt dat zij voor alle deelnemers aan het onderwijs gelijk zijn. Voorbeelden hiervan zijn de regels voor het bindend afwijzend studieadvies (BAS) en de termijn om in beroep te gaan bij het  College van Beroep voor de Examens (COBEX).

Instemming medezeggenschapsraad

Het algemeen deel van het Studentenstatuut wordt vastgesteld door het college van bestuur, en behoeft de instemming van de  medezeggenschapsraad. Afhankelijk van het onderwerp behoeft de - deels door het college van bestuur en deels door de instituutsdirecties vastgestelde - onderwijs- en examenregeling deels de instemming van de medezeggenschapsraad en deels de instemming van de deelraad van het instituut dat de betreffende opleiding of groep van opleidingen aanbiedt. Hiermee is de invloed van studenten en medewerkers op de inhoud van beide documenten verzekerd.

Verschil in rechtspositie

De deelnemers aan het onderwijs van de hogeschool worden ingeschreven als student, extraneus of cursist. De rechtspositie van deze deelnemers verschilt. Zo wordt de rechtspositie van studenten en extraneï vooral ontleend aan de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) en die van cursisten ook aan het overeenkomstenrecht. Ook kunnen studenten aan de WHW meer rechten ontlenen met betrekking tot het onderwijs dan extranei. Binnen de categorie student kan er eveneens verschil in rechtspositie zijn. Zo kunnen aan deeltijd studenten eisen worden gesteld met betrekking tot de werkkring die aan voltijd studenten niet worden gesteld en kan er een verschil zijn in de hoogte van het door de student te betalen collegegeld. Een verschil in rechtspositie is niet willekeurig maar kent steeds een wettelijke grondslag.

Ten slotte kunnen studenten wel of niet door de rijksoverheid worden bekostigd. Voor de rechtspositie van de student is dit gegeven echter niet van belang.

Gepubliceerd door  Juridische Zaken 5 augustus 2015