Hogeschool van Amsterdam

Rechtbank

Rechtbank als 'restrechter'

Leent een zaak zich niet voor behandeling door het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs of het College van Beroep voor de Examens, dan kan een belanghebbende de zaak voorleggen aan de rechtbank. Dit is bij voorbeeld het geval als er een verschil van mening is tussen de hogeschool en een cursist over de hoogte van de te betalen cursusgelden of als de hogeschool weigert een student een uitkering uit het noodfonds te verstrekken en de student het daar niet mee eens is. De behandeling bij de rechtbank is niet gratis, niet alleen moet griffierecht worden voldaan maar in sommige gevallen is er ook sprake van een verplichte procesvertegenwoordiging. Dit betekent dat men zich in dat geval moet laten bijstaan door een advocaat. Deze kosten komen in eerste instantie voor rekening van de student en kunnen vervolgens alleen op de hogeschool worden verhaald als de rechter dat goedkeurt.

Zaken die aan de rechtbank worden voorgelegd zullen in de regel worden behandeld door de burgerlijke rechter.

Rechtsbescherming cursisten

Anders dan studenten en extraneï zullen cursisten zich in de meeste gevallen tot de rechtbank moeten wenden als zij het niet eens zijn met een bepaald besluit. Dit omdat de rechtsverhouding tussen een cursist en de hogeschool niet in overwegende mate gebaseerd is op de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) maar vooral op het overeenkomstenrecht. Wordt een cursist bij voorbeeld geschorst wegens overtreding van de huisregels, dan zou hij of zij zeer wel als 'belanghebbende' kunnen worden aangemerkt door het college van beroep voor het hoger onderwijs. Dat laatste zal in de regel niet het geval zijn als er een verschil van mening is over bij voorbeeld de hoogte van het te betalen cursusgeld.

11 september 2014