Hogeschool van Amsterdam

Trends: de regio Amsterdam

Visie voor de langere termijn op opleiden van professionals in het hoger onderwijs

De HvA stemt haar onderwijs en onderzoek af op de behoeften en kansen van de stad en de metropoolregio Daarover vindt continue overleg plaats met de stakeholders, waaronder de gemeente, het Amsterdamse bedrijfsleven, onder andere via de Amsterdam Economic Board (AEB), andere hbo- en mbo-instellingen in de regio (Platform Onderwijs en arbeidsmarkt, regionaal mbo-hbo-overleg) en met de maatschappelijke instellingen. De HvA verbindt zich nadrukkelijk met zowel de economische als de maatschappelijke vraagstukken van de metropoolregio en de samenhang tussen beide terreinen.

De Amsterdam Economic Board heeft in 2011 een Kennis & Innovatieagenda voor de metropoolregio Amsterdam (MRA) ontwikkeld, gericht op 2020. De Board heeft de ambitie om in 2020 tot de kopgroep van Europese steden te behoren die ‘als global gateway de economische hotspots van Europa zijn’. Daarbij wordt geconstateerd dat: “In de kenniseconomie wordt de economische kracht van regio’s in toenemende mate bepaald door het aanwezige arbeidspotentieel. Menselijk kapitaal – in de vorm van kennis, vaardigheden en creativiteit – is vereist voor het ontwikkelen van nieuwe producten en diensten (en combinaties daarvan). Menselijk kapitaal is de belangrijkste factor geworden voor bedrijven bij het kiezen van een vestigingslocatie. Tegelijkertijd is er een wereldwijde markt voor (top-)talent: kennis is mobiel. Grootstedelijke regio’s hebben een grote aantrekkingskracht op talent vanwege het aanbod van werk, kennis en cultuur. Op deze fronten moeten grootstedelijke regio’s het verschil maken in de internationale war for talent. De MRA heeft op dit punt een sterke uitgangspositie met de stad Amsterdam als magneet voor expats en studenten. Naast het aantrekken van talent, ligt er een grote uitdaging voor de MRA om het aanwezige potentieel aan talent veel beter te benutten”1. Om de ambities te realiseren is een van de doelstellingen van de Board beter en gerichter toponderwijs.

Een andere ontwikkeling is dat Amsterdam, in de woorden van Maurice Crul2, als eerste stad in Nederland aangeduid worden als een majority-minority city: een stad waarin alle etnische groepen een minderheid zijn. Uit de gegevens over de bevolkingssamenstelling van 2011 blijkt dat in Amsterdam 49% van de bevolking autochtoon is. Voor de oude meerderheidsgroep komt geen nieuwe meerderheidsgroep in de plaats. De groep die wordt aangeduid met ‘migranten’ of ‘allochtonen’ is daar simpelweg te divers voor. Steden als New York, Los Angeles en Toronto gingen ons hierin voor. In deze steden bestaat geen dominante etnische meerderheidsgroep meer. Migratie en vergrijzing leiden in de Europese steden op termijn tot hetzelfde fenomeen. Steden worden, om met de Amerikaanse Socioloog Steve Vertovec te spreken, superdivers.

Conclusie

Vanuit economisch perspectief hanteert de Amsterdam Economic Board voor 2020 hoge ambities voor de metropoolregio Amsterdam en ziet daarin een belangrijke rol weggelegd voor het hoger onderwijs. Vanuit sociologisch perspectief neemt de diversiteit van de inwoners toe. Ook dit is een belangrijke factor voor het hoger onderwijs.

 

1. Amsterdam Economic Board, Kennis en Innovatieagenda, 2011
2. Auteur van: Superdiversiteit: een nieuwe kijk op migratie, 2013

27 januari 2015