Hogeschool van Amsterdam

Interview: Jacqueline Kenkel en Jessy la Faille

‘Voor docenten moet professionalisering een structureel onderdeel van hun werk zijn’

Jacqueline Kenkel (Training en onderwijsontwikkeling HvA Academie) en Jessy la Faille (docent pedagogiek en trainer Centrum voor Nascholing) bespreken flexibilisering in de Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid (BDB). De professionalisering van docenten moet een voorbeeld zijn van futureproof onderwijs: ‘Goede didactiek is dialoog mogelijk maken.’

Interview: Jacqueline Kenkel en Jessy la Faille

Jacqueline Kenkel

Jacqueline Kenkel: ‘Er vinden veel veranderingen plaats in het onderwijs. Maar je moet niet vernieuwen om het vernieuwen. Het is essentieel om je steeds opnieuw de vraag te stellen waarom je een middel inzet. Dat geldt ook voor het inzetten van nieuwe media, blended learning. Je kunt een hoorcollege omzetten in een webcollege, en dat het daar bij laten. Maar dat is geen onderwijsvernieuwing. Waar het om gaat is dat we op zoek moeten naar een vorm van didactiek die de onderzoekende dialoog mogelijk maakt. Dat is namelijk de manier waarop mensen leren: kennis uitwisselen, erover praten, je eigen gedachten bepalen en er weer over doorpraten.’ 

Jessy la Faille: ‘Als je door een onderwijsinstelling wandelt, kun je veel aan de inrichting van de lokalen zien. Staan de tafels in een U-vorm, in rijtjes, in groepjes? Daar begint het, dat is essentieel: maakt de inrichting een dialoog mogelijk of is het eenrichtingsverkeer? Didactische keuzes en aanpak waren tot nu toe vooral afhankelijk van het talent van de docent zelf. Ik vind dat die keuzes in de professionalisering van docenten een centrale plaats moeten krijgen. De kern van een futureproof docentprofessionalisering is dat we met elkaar in gesprek gaan over de manier waarop we het leren op de HvA vormgeven.’

Jessy la Faille: ‘De belangrijkste vraag in docentprofessionalisering is: Waar leren mensen van? Dat geldt voor de studenten, maar ook voor lerende docenten. Onze core-business is vragen stellen over onderwijs: wat doe ik, hoe doe ik het, en vooral: waartoe? Wat is de reden dat ik het doe zoals ik het doe? Als we het voor elkaar krijgen dat docenten zich die vragen stellen zijn we al behoorlijk futureproof!

Innovatie

Jessy la Faille: ‘Uit alle onderzoeken, bijvoorbeeld van Manon Ruijters, John Hattie, Robert Marzano, blijkt dat je vooral leert door zelf actief met de leerinhoud om te gaan. We focussen daarom bij BDB op activerende didactiek. We willen laten zien hoe we de leeromgeving voor een student kunnen inrichten, zodat die zelf actief met de leerinhoud aan de slag kan gaan. Dat betekent een omslag in de rol van de docent. Van te voren richten we een digitale leeromgeving in met teksten met de belangrijkste informatie, filmpjes, opdrachten, en er is ook de mogelijkheid dat de student er zelf dingen op zet. Tijdens de bijeenkomsten gaan we dus niet meer aan de gang met kennisoverdracht, maar we stimuleren het professionele gesprek. Wij treden als opleiders alleen op als begeleider, terwijl de docenten in opleiding zelf hard aan het werk zijn. Voor hen een ervaring die stimuleert om ook zo met studenten aan de slag te gaan. Activerende didactiek betekent dat op contactmomenten de docentactiviteit minimaal is, en de cursistenactiviteit maximaal. Voor de docenten is het meeste werk als de bijeenkomst plaatsvindt namelijk al achter de rug.’

‘Tijdens de bijeenkomst zijn we als opleiders niet veel aan het woord. De cursisten hebben zich voorbereid, en hebben in de digitale leeromgeving kunnen zien wat ze te wachten staat, van de eerste tot de laatste bijeenkomst. Ze kunnen zelf bepalen of ze de cursus willen versnellen, welke inhoud ze willen uitdiepen. Wij zorgen voor de regie, de verbinding tussen onderdelen, we begeleiden de cursisten die actief aan het werk zijn, en, het allerbelangrijkste: we zorgen voor intensieve feedback.’

Jessy La Faille en Jacqueline Kenkel vinden het belangrijk dat de professionalisering van docenten niet ophoudt als ze een cursus hebben afgesloten - juist omdat mensen vooral leren door actief met de leerinhoud om te gaan.

Jacqueline Kenkel: ‘BDB en andere professionaliseringsactiviteiten moeten we uitbreiden met leren op de werkplek. We moeten zorgen dat nieuwe docenten in een voorbereide leeromgeving terechtkomen. Professionalisering moet een structureel onderdeel zijn van de werkomgeving van de docent. De didactische keuzes die gemaakt worden moeten ook in het docententeam steeds weer ter discussie gesteld worden. Iedere keer moet weer die ene vraag gesteld worden: waar leren studenten van?’

‘We hebben geen traditie van elkaar vragen stellen over de keuzes die je als docent maakt. Maar uit onderzoek blijkt dat peerfeedback van docenten onderling een heel belangrijk middel is om het onderwijs te verbeteren. Peerfeedback goed inzetten en gebruiken als middel tot verbetering van je onderwijs is nog geen onderdeel van onze cultuur. Dat kan het wel worden. Bij de BDB en andere vormen van professionalisering van docenten is peerfeedback vanzelfsprekend geworden. Nieuwe docenten vinden dat heel gewoon, je ziet bijvoorbeeld dat die meteen een Facebookgroep beginnen om ervaringen uit te wisselen en feedback te vragen aan andere beginnende docenten met wie ze samen de BDB gedaan hebben. Het is een cliché, maar het gaat nog steeds op: er wordt te weinig bij elkaar in de klas gekeken. Ook daarin moet professionalisering plaatsvinden. Digitale media veranderen niets aan dit principe: je kunt ook heel goed bij elkaar in de digitale klas kijken, elkaar feedback geven en van elkaar leren.’

Jessy la Faille: ‘Mijn ideale opdracht zou zijn als een opleidingsmanager me zou vragen een community of practice op te zetten, waarin docenten structureel bespreken hoe ze hun studenten het beste kunnen opleiden en hoe ze een krachtige leeromgeving ontwerpen. In zo’n community of practice gaan docenten in kleine kring met een onderwerp aan de slag: data verzamelen, met elkaar reflecteren, gezamenlijk een teamvisie ontwerpen.’

‘Kennisdeling gaat niet vanzelf, door de drukte en de waan van de dag komen docenten er niet aan toe om op adem te komen en te reflecteren. Leidinggevenden zouden zo’n community of practice moeten organiseren. Op die manier kunnen docenten zich samen met hun core business bezighouden: het ontwerpen van goed onderwijs.’ Er zou ook veel meer tussen docenten uitgewisseld moeten worden welke kennis er al aanwezig is, dat gebeurt nu te weinig. Veel mensen zitten voor zichzelf opnieuw het wiel uit te vinden op ICT-gebied en materiaal te ontwerpen dat elders misschien allang aanwezig is.’ 

Jessy la Faille benadrukt dat een docent eigenaar moet zijn over zijn of haar eigen professionalisering. ‘Anders lijkt het te veel op de klassieke manier van nascholing, waarbij de leidinggevende zegt dat er een studiedag is en bepaalt wie daarheen moet. Dat werkt niet. In een community of practice  kunnen docenten samen thema’s verkennen, georganiseerd rond hun eigen affiniteit. Oók de leidinggevende moet de dialoog aangaan.’

Interview: Jacqueline Kenkel en Jessy la Faille

Jessy la Faille

Wat is er nodig?

Jacqueline Kenkel: ‘Het makkelijkste antwoord is altijd: tijd! Maar tijd vrijmaken voor professionalisering en innovatie is minder utopisch dan dat het lijkt. We gaan niet goed om met onze onderwijstijd. Er is veel bekend over het efficiënter inrichten van het onderwijs, zodat er tijd voor innovatie overblijft. Een goed voorbeeld zijn de de SLIM-criteria voor robuust onderwijs. Door bijvoorbeeld het terugbrengen van het aantal summatieve toetsen en het creëren van grotere onderwijseenheden ontstaat voor een onderwijsteam ruimte voor het ontwerpen van onderwijs. Door de SLIM-criteria toe te passen stijgt niet alleen de studenttevredenheid, maar ook de medewerkerstevredenheid.’

Jessy la Faille: ‘Er zijn prachtige technische middelen aanwezig op de HvA, maar de ondersteuning bij het gebruik ervan is nog niet zo makkelijk te vinden. Als een team besluit een digitale leeromgeving te ontwerpen zou er een meer vanzelfsprekende ondersteuning moeten zijn, die aansluit bij de vraag, meedenkt, en dichtbij georganiseerd is.’ Jacqueline Kenkel: ‘Ik merk dat er veel docenten zijn die niet weten dat het op de HvA mogelijk is om een webcollege of kennisclip te maken. Die mogelijkheden moeten nog beter zichtbaar zijn. En heel belangrijk: er zijn heel veel inspirerende voorbeelden die docenten uit kunnen dagen ook iets heel moois en nieuws te ontwerpen. Docenten willen daarin graag ondersteund worden. Docenten zouden zich kunnen organiseren in netwerken en op die manier ict-vaardigheden delen en uitwisselen. Jessy la Faille: ‘Idealiter is ict-ondersteuning geïntegreerd in het team en is ontwikkeling op dat gebied onderdeel van de ontwikkeling van het onderwijs in het algemeen. Ook op ICT-gebied leer je makkelijker als het deel uitmaakt van de dingen waarmee je bezig bent.

Als het invoeren van blended learning nog te veel inspanning van individuele docenten zelf vraagt, slaat de ontwikkeling dood. Als het maken van een kennisclip bovenop de andere werkzaamheden komt, hebben docenten daar geen tijd voor. Met goede ondersteuning, op de werkplek, kun je dat maken van die kennisclip integreren in de lesvoorbereiding die mensen toch al moeten doen.’

‘Tijd kan gewonnen worden door zoveel mogelijk dingen te combineren. Bij BDB proberen we meteen het gesprek tussen mensen te organiseren: de uitwisseling van expertise tussen cursisten onderling. En zoveel mogelijk proberen we ervoor te zorgen dat de cursisten het geleerde direct kunnen toepassen. Zo heeft er een BDB-groep een hele onderwijsmodule opnieuw ontworpen – dat was onderdeel van de BDB, maar zorgde ook meteen voor een verbetering van het onderwijs op de betreffende opleiding. Op die manier hoeft het invoeren van activerende didactiek niet wezenlijk extra tijd, ruimte of ondersteuning te kosten. Door het binnen de teams integraal te organiseren zorg je ervoor dat de opbrengst van dezelfde inspanning twee of drie keer zo groot is.’

Jacqueline Kenkel: ‘Er wordt nog te veel individueel gewerkt aan lesvoorbereiding en toetsen. Het moet veel vanzelfsprekender worden om dit soort dingen in teams met elkaar te delen. Dan ontstaat tijd en ruimte voor onderwijsvernieuwing en professionalisering. 
Dat is een belangrijk onderdeel van onze visie: maak het onderwijs met je hele team en gebruik elkaars expertise!’

4 maart 2015