Hogeschool van Amsterdam

Beroepsrollen

Beroepsrollen staan voor kwaliteiten die een leraar in zijn beroep als eerstegraadsleraar in huis heeft. Na deze opleiding ben je:

1. Expert in je schoolvak (= rol 1)

Expert zijn betekent meer dan het beschikken over veel vakkennis. Je bent ook in staat om je leerlingen de begrippenkaders van jouw schoolvak bij te brengen. Je leert ze de denkwijze van dat vak en bent de begeleider op hun individuele ontdekkingstocht. De relatie tussen het schoolvak en de wetenschappelijke discipline is je vertrouwd. Na deze opleiding versta je de kunst om op te treden als een gevorderd vakdocent. Leerlingen, ouders en collega's zien jou als een expert in je schoolvak.

2. Gevorderd vakdidacticus (= rol 2 en een gedeelte van rol 3)

Gevorderd vakdidacticus betekent dat je je onderwijs kunt afstemmen op het niveau van een  bovenbouwleerling. Je weet wat van bovenbouwleerlingen verwacht wordt en stemt je onderwijs daarop af. Je herkent dat bovenbouwleerlingen ander onderwijs vragen dan in de onderbouw en al onderzoekend leer je je leerplannen en leertrajecten daar (beter) daarop aan te passen.

Je wordt daarbij ondersteund door je onderzoekend vermogen dat je tijdens je opleiding ontwikkelt. Het stelt je in staat om op een onderzoekende manier naar je eigen (manieren van) onderwijs en je leerlingen te kijken en je inzichten te gebruiken om je onderwijs te verbeteren en je contacten met je leerlingen en je vaksectie te verstevigen.

3. Onderzoekend professional (= rol 3)

Bij een masterdiploma hoort dat je zelfstandig een onderzoek op je school kunt uitvoeren. De HvA kiest ervoor dat je masteronderzoek een bijdrage moet leveren aan je school en het liefst op vakdidactisch gebied. Dat kan op het niveau van je klas zijn, je vaksectie of op schoolniveau.

Alumni geven aan dat zij door het aanleren van onderzoeksvaardigheden op masterniveau beter in staat zijn om in teamverband knelpunten scherper neer te zetten, samen naar oplossingen toe te werken en daarbij verbanden met andere ontwikkelingen kunt gebruiken als dat nodig is.

Door deze onderzoekende en professionele aanpak ben je in staat om ontwikkelingen op een abstract academisch niveau te bekijken en te analyseren zowel op het niveau van je eigen functioneren in je klas, de belevingswereld van je leerlingen als op het niveau van de consequenties van een onderwijsbeleid. Dat kun je op een kwantitatieve manier maar ook op een kwalitatieve manier, of een combinatie van beiden.  Het leren nadenken op een hoog abstractie en academisch niveau is volgens alumni  een vaardigheid waarvan je je hele leven plezier hebt.

Elke rol is onderverdeeld in (eind) kwalificaties die je tijdens de opleiding je eigen maakt.

Gepubliceerd door  Faculteit Onderwijs en Opvoeding 24 juni 2016