Hogeschool van Amsterdam

Studieprogramma - Jaar 2 en 3

Na succesvolle afronding van de propedeuse ga je verder naar de hoofdfase van de opleiding MWD. In de hoofdfase wordt veel aandacht besteed aan complexere problematiek van cliënten. Denk hierbij aan:

  • trauma- en rouwverwerking
  • gezinsproblematiek
  • drang en dwang
  • outreachend werken

Per blok staat een thema centraal. Je bouwt voort op wat je geleerd hebt in de eerdere blokken. Je werkt aan complexe opdrachten uit de beroepspraktijk, individueel of in kleine groepjes van 2 tot 6 studenten. Alle onderwijsvormen - hoorcolleges, werkcolleges, excursies, begeleidingsgesprekken - zijn gekoppeld aan het centrale thema. Zo combineer je kennis, vaardigheden en houding en bouw je aan je competenties.

Je oefent tijdens trainingen hoe je zicht krijgt op meer complexe problematiek. Je leert hoe je cliënten hierin ondersteunt, hoe je de methoden toepast, en op welke manier je passende gesprekken voert. Regelmatig worden hulpverleningsgesprekken gesimuleerd. Je leert van je fouten maar zeker ook van wat je al goed doet.

De volgende theorievakken komen in het tweede jaar in een van de vier blokken terug:

  • Zingeving
  • Systeem Theorie
  • Recht, Stadssociologie
  • Ethiek
  • Psychiatrie (angst en depressie)
  • Psychiatrie (psychose en persoonlijkheidsstoornissen)

Deze vakken worden gekoppeld aan de problematiek die behandeld wordt in de trainingen en de methodiekvakken.

Vanaf het tweede jaar specialiseer je je en kies je een keuzevak in blok 2, 3 en 4. Bijvoorbeeld:

  • Socialisatie en sekseverschillen
  • Kindermishandeling
  • Verslaving, 12-stappenplan Minnesota
  • Studiereis

Kijk voor een overzicht van de keuzevakken in de Studiegids

De praktijk speelt een belangrijke rol in de hoofdfase. Je loopt stage bij diverse instellingen.

Jaar 2

In het tweede jaar werk je een dag of dagdeel per week bij een instelling naar keuze. Veel studenten nemen in het tweede jaar deel aan een maatjesproject. In dit traject word je aan een cliënt gekoppeld die je een jaar lang begeleid en waarmee samen sociale activiteiten onderneemt.

Jaar 3

Het derde jaar is een echt stagejaar. Je bent 32 uur in de week aan het werk. Je leert zelfstandig functioneren als maatschappelijk werker.

Je toont je competenties in de praktijk aan door:

  • een behandelingsplan maken (een beroepsproduct)
  • cliëntgesprekken voeren (beroepshandelen)
  • een instellingsverslag schrijven (beroepsopdracht).

Een keer in de twee weken kom je naar de opleiding en volg je een workshop die gericht is op de thematiek van je stage. Ook volg je op die dag supervisie: je koppelt je kennis, inzicht, vaardigheden, visie en emoties aan elkaar en leert van een afstand kijken naar een beroepssituatie en de manier waarop je ermee om bent gegaan.

Gepubliceerd door  Faculteit Maatschappij en Recht 21 juli 2016