Hogeschool van Amsterdam

Studieprogramma

Maatschappelijk Werk en Dienstverlening

MWD aan de Hogeschool van Amsterdam volg je midden in Amsterdam. Je krijgt bij de opleiding dan ook te maken met een grote diversiteit aan mensen en hulpvragen.

Methodiekprogramma’s worden ondersteund door aparte theorieprogramma’s, zoals:

  • Psychologie
  • Psychiatrie
  • Culturele Antropologie
  • Sociologie
  • Recht

Er is aandacht voor de complexe problematiek van cliënten en het trainen van beroepsvaardigheden. Er is veel ruimte om volgens het concurrentieprincipe praktijkervaringen in de opleiding in te brengen en daarvan te leren en omgekeerd: theorie direct toe te passen in de praktijk. Op deze manier leer je van en in de beroepspraktijk. 

  • Je werkt minimaal 20 uur per week onder begeleiding van een agogisch geschoolde medewerker op hbo-niveau op een relevante werkplek. 
  • Je bent actief betrokken bij verschillende werkzaamheden en je hebt te maken met overleg, consult en planning.
  • Je hebt veel contact met cliënten en voert de hulpverlening in toenemende mate zelfstandig uit. 

Het onderwijs in de hoofdfase is zoveel mogelijk gericht op de praktijk, zodat je hier meteen profijt van hebt in jouw baan. Zo vormen vraagstellingen uit de praktijk de basis voor programma’s, beroepsproducten en studieopdrachten.

Per studiejaar zijn er 60 studiepunten te behalen. Een studiepunt staat voor 28 uur studiebelasting, die je bijvoorbeeld aan lesvoorbereidingen, onderwijs, het maken van opdrachten en het opdoen van praktijkervaring besteedt. Het leren en werken in de praktijk omvat in het eerste studiejaar 25 studiepunten en in de overige jaren 30 punten.

In het eerste studiejaar moet je bij de HvA 60 studiepunten halen. Haal je minder dan 50 studiepunten, dan geeft de HvA je een afwijzend bindend studieadvies (BSA). Dit betekent dat je niet verder kunt gaan met de opleiding.

Studieloopbaanbegeleiding (SLB) heeft een belangrijke rol in het competentiegericht leren. In dit programma reflecteer je regelmatig op alle competenties. Je bent zelf verantwoordelijk voor het aantonen van de voor het beroep vereiste competenties. In een portfolio toon je aan dat je gewerkt hebt aan de noodzakelijke competenties voor het beroep en welk niveau je daarin hebt bereikt. In de propedeuse ligt het accent op oriëntatie op het hbo-onderwijs en de manier van studeren die daarbij hoort, en specifieker op de opleiding MWD en haar competenties. Je leert reflecteren, concrete en haalbare leerdoelen formuleren en zo je eigen ontwikkeling sturen.

In het tweede jaar werk je steeds zelfstandiger en draag je meer verantwoordelijkheid voor je eigen leerproces. De rol van de studieloopbaanbegeleider (slb’er) verschuift dan ook steeds meer van een sturende naar een coachende. Gedurende de hele opleiding worden in SLB dwarsverbindingen gelegd met de praktijk. Je slb’er is tevens je praktijkdocent. Je verwerft je competenties voor een groot deel in de praktijk. Je gebruikt beroepsproducten op de opleiding en maakt opdrachten in de praktijk. Ook voer je regelmatig evaluatiegesprekken met je praktijkbegeleider en je praktijkdocent / slb’er.

In het derde en vierde jaar staat reflectie op je persoonlijke ontwikkeling centraal. Je werkt aan je leerdoelen in relatie tot je ontwikkeling in de praktijk en stelt deze zo nodig bij.

Gepubliceerd door  Faculteit Maatschappij en Recht 23 augustus 2016