Het praktijkonderzoek, met de bijbehorende dilemma’s, stond centraal op woensdag 23 november 2011 in Felix Meritis. Met positieve reacties van 165 bezoekers afkomstig van de hogescholen, universiteiten en praktijkinstellingen kunnen we spreken van een geslaagde dag.
In de ochtend kwamen de complexiteit en noodzaak van praktijkonderzoek aan de orde. Jet Bussemaker benadrukte de eigenheid van het praktijkgericht onderzoek door hogescholen op basis van de waarde voor de maatschappij. Lourens Henkelman onderbouwde de onmisbare rol van ervaringen van cliënten in het onderzoek. Tom van Yperen liet zien hoe we beter kunnen worden in het toepassen van evidence-based werken. Ben Baarda nam ons mee in de wereld van praktijkonderzoek.
Van de negen sessies van het middagprogramma lichten we er drie uit. Als eerste de sessie ‘Hoe om te gaan met de complexiteit van een sociaal probleem’ door Dorien De Tombe (UU en TU-Delft) en Joan van Aken (TU-e), bijgewoond door Cor van Dijkum, voorzitter NOSMO.
Dorien De Tombe startte de sessie met een voorbeeld van een complex maatschappelijk probleem: seksueel kindermisbruik door de katholieke kerk. Zij maakt daarvoor gebruik van de methode Compram, die zij speciaal ontwikkeld heeft om dergelijke complexe maatschappelijke problemen te analyseren. Joan van Aken vroeg zich af of de Compram methode aangevuld zou kunnen worden met methoden om gedragsverandering te realiseren, zoals die te vinden zijn in zijn handboek ‘Problem Solving in Organizations’. Dorien DeTombe vond dit een nuttige aanvulling en benadrukte dat de Compram methode niet alleen gericht is op het verkrijgen van kennis, maar ook op het aanpakken van het probleem.
Pauline Goense (HvA) was aanwezig bij de twee workshops van Leonieke Boendermaker (HvA) en Margot Fleuren (TNO) met de titel “Implementeren: determinantenanalyse” en “Implementeren: invoering en borging”.
Margot Fleuren legde de determinantenanalyse uit aan de hand van het gebruik van het ‘voetriempje’ van kinderstoeltjes op de fiets. Via het publiek werd nagegaan wie deze allemaal vast deed (niemand maakte hem vast), welke redenen ze hier voor hadden, welke factoren daar allemaal in meespelen en wat zou helpen hen te overtuigen het riempje voortaan wel vast te maken. Door de factoren die het al dan niet vastmaken van het riempje bepalen te onderzoeken, maak je zichtbaar waar aandacht voor moet zijn tijdens de ‘implementatie’ van het vastmaken van het riempje. Dit is een determinantenanalyse.
Leonieke Boendermaker nam vervolgens het woord over invoering en borging in het implementatieproces. Ze sprak kort het implementatieproces door en gaf aan de hand van interessante onderzoeken voorbeelden van goede implementaties van vernieuwingen in de praktijk.
De dag werd afgesloten door een mooie presentatie van Harry Kunneman, ter ere van Victor van den Bersselaar. Hij introduceerde de “professional society”, waarin de professional een belangrijke drager van de waarden in de samenleving is.
Het symposium Onderzoek en Praktijkontwikkeling in de Publieke Sector is georganiseerd door de Hogeschool van Amsterdam, de NOSMO en de alumnikring Andragologie (UvA). We willen Cor van Dijkum en Henk Wesseling in het bijzonder bedanken voor hun bijdrage aan de totstandkoming van dit symposium.
De presentaties en foto’s zijn te downloaden op www.hva.nl/symposiumopps.
Elke van der Heijden, clustermanager Social Work




