Hogeschool van Amsterdam

Kenniscentrum Techniek

Eind goed, al goed – column Vitale Stad

Artikel
column-peter-de-bois2

We maken ons grote zorgen. Zorgen om onze ouderen, om mensen zoals ik. Waarom eigenlijk? Wat is er aan de hand en wie heeft die zorgen? De politiek? De jongeren? Dat laatste lijkt me onzinnig, want het gaat toch gewoon om hun ouders. Dus het moeten de politici zijn, de beleidsmakers en rekenaars van de staat, de stad en de pensioenen en verzekeringen.

Maar over wie hebben we het eigenlijk? We hebben het over het deel van onze bevolking dat 50 jaar en ouder is, althans dat is de huidige definitie van ouderen. Die categorie neemt de komende jaren toe tot boven de 50 procent. We leven langer, werken langer door, zijn vitaler en langer gezond, we zijn actiever dan ooit, bewegen beter en we reizen langer en verder tot op hogere leeftijd. We zijn actief op internet, bezitten onroerend goed, hebben 50 procent van het particuliere vermogen in handen en vererven meer dan 10 miljard. We zijn maatschappelijk betrokken, doen veel aan goede doelen. We lezen veel, eten gezond en houden van cultuur en hobby’s. En oh ja, het aantal verslaafde ouderen neemt ook toe.

Laten we om te beginnen de definitie van ‘de oudere’ eens tegen het licht houden. Ik stel voor die te veranderen van 50-plussers naar 60-plussers, dat scheelt meteen enorm en dan is er statistisch geen probleem meer. Ik heb daar goede argumenten voor. De groep 60-75 jarigen geniet volgens diezelfde statistiek volop van het leven, is zeer actief en voldoet aan de eerder genoemde kwalificaties. Slechts een derde van de 75-plussers is problematisch maar wel zelfstandig, en zes van de zeven 80-plussers woont zelfstandig.

We zullen het fenomeen oudere – zonder werk, met geld en tijd – dus van een andere kant moeten benaderen, van een vitale kant. Het is een interessante businesscase als je het op een groter schaalniveau in een totaalpakket van fysieke, sociale en economische aspecten samenvoegt. Op de schaal van Nederland is dat zeker mogelijk lijkt me.

In de landelijke ‘krimpgebieden’, vrijwel alles buiten de Randstad, is behoefte aan draagvlakversterking. Er liggen mogelijkheden voor interessant wonen tegen geringere kosten voor het bestaande onroerend goed, waartegen afboeking ten gevolge van de financiële crisis wegvalt. Een businesscase op basis van intensivering van draagkrachtige actieve ouderen biedt draagvlakversterking in die gebieden. Het biedt de mogelijkheid voor een concentratie van zorg op basis van ‘ouderen zorgen voor ouderen’. Goed en handig, en ze doen het ook graag, heb ik begrepen. Het biedt bovendien ruimte aan landelijke beleving voor stedelijke kinderen – hun kleinkinderen: gezonde lucht en landelijke luxe.

Het is een mooie kans voor gemeenten in regionaal en provinciaal verband die aan de Randstedelijke periferie liggen. Die gebieden schreeuwen om goede relaties met die Randstad en draagkrachtige bewoners tegen de sluipende krimp. Het biedt mooie kansen voor nieuwe impulsen voor goed ov, natuurontwikkeling en gebruik en instandhouding van die landelijke gebieden. Het is tevens een uitgelezen kans om de definitie van stedelijk en landschappelijk wonen duidelijker te maken, aan te scherpen en van een vitale identiteit te voorzien.

Titel: Hoofdredactionele column Vitale Stad

Soort publicatie : Column

Auteur : Peter de Bois

Uitgever : Elba Media

Publicatiedatum : 2012 nr . 2

Gepubliceerd door  Urban Technology 30 juni 2012