Hogeschool van Amsterdam

Kenniscentrum Techniek

Projecten

Wetenschappelijk onderzoek

Twee RAAK Pro projecten en een zelfstandig promotietraject vormen de basis van het onderzoek binnen het lectoraat Forensisch Onderzoek. Het eerste project, “ Beter opsporen met het lab op zak” en het zelfstandige promotietraject lopen van 2012 tot 2016. Het tweede project “Vingersporen, de bron en verder” loopt van 2016-2020. Alle projecten worden in nauwe samenwerking met de forensische beroepspraktijk van politie, het Openbaar Ministerie en het Nederlands Forensisch Instituut uitgevoerd. Ook wordt er intensief samengewerkt met verscheidene academische partners zoals de Vrije Universiteit, Universiteit van Amsterdam en het Co van Ledden Hulsebosch Center.

Het onderzoeksprogramma richt zich primair op nieuwe technieken in de opsporingspraktijk (bv. de plaats delict). Het ontwikkelen en toetsen van strategieën waarmee professionals de inzet van nieuwe technieken kunnen optimaliseren is ook een aandachtspunt binnen het dit onderzoek. Belangrijke nevendoelen die in dit programma worden nagestreefd zijn: de (verdere) ontwikkeling van innovatieve onderzoeksmethoden waarmee de forensische opsporingspraktijk kan worden onderzocht en het bewerkstelligen van een structurele kennisuitwisseling tussen professionals uit de opsporingspraktijk en academia.

De focus binnen het onderzoek ligt op:

  • de rol van cognitieve factoren/human factors bij gebruik van nieuwe technologieën binnen de forensische opsporing zoals snelle identificatietechnieken op een plaats delict.
  • De rol van cognitieve bias binnen het forensisch onderzoek. Dit  wordt onderzocht door experimenten gericht op de effecten van (voor-)informatie op de uitvoering van forensisch onderzoek en het opstellen van hypothesen en scenario’s van (mogelijke) misdrijven.
  •  De selectie van sporen en vervolgonderzoek bij snelle en/of mobiele DNA-analyses.

Publicaties

Gruijter, M. de, Poot, C.J. de, Elffers, H. (2016). The influence of new technologies on the visual attention of CSIs performing a crime scene investigation. Journal of Forensic Sciences (61(1), 43-51. doi:10.1111/1556-4029.12904

Kloosterman, A.D., Mapes, A.A., Geradts, Z., Eijk, E. van, Koper, C., Berg, J. van den, Verhey, S., Steen, M. van der, Asten, A. van (2015) The interface between forensic science and technology: how technology could cause a paradigm shift in the role of forensic institutes in the criminal justice system. Philosophical Transactions B. DOI: 10.1098/rstb.2014.0264

Mapes, A.A., Kloosterman, A.D. & Poot, C.J. de (2015) DNA in the criminal justice system: The DNA success story in perspective. Journal of Forensic Sciences 60(4), 851-856. doi: 10.1111/1556-4029.12779

Mapes, A.A., Marion, V. van, Kloosterman, A.D. & Poot, C.J. de (2016) Knowledge on DNA success rates to optimize the DNA analysis process: From crime scene to laboratory. Journal of Forensic Sciences 61(4), 1055-1061, doi: 10.1111/1556-4029.13102

A. Mapes. DNA by the Numbers – Locations of useable DNA 0n 24,466 crime scene samples. Forensic Magazine. October 2015

Mapes, A.A. & Noordam, L.M. (2015) Mobiele DNA-technieken bij de forensische opsporing: het juridisch kader. Expertise en Recht (3), 88-95

Dit promotietraject is gericht op de invloed van verwachtingen en informatie op het onderzoeksproces op een plaats delict. Het doel is zicht te verkrijgen op cognitieve factoren die samenhangen met informatiegebruik en daarmee het forensisch onderzoek, het zoeken van sporen, beïnvloeden.

Publicaties

van den Eeden, C.J., de Poot, C.J., van Koppen, P.J. (in press). Forensic expectations: Investigating a crime scene with prior information. Science and Justice.

Het RAAK Pro project "Vingersporen, de bron en verder" vormt een belangrijke basis van het onderzoek van het lectoraat. Het project loopt van 2016 tot 2020 en wordt in nauwe samenwerking met de forensische beroepspraktijk van politie, het Openbaar Ministerie en het Nederlands Forensisch Instituut uitgevoerd. Ook wordt er intensief samengewerkt met verscheidene academische partners zoals de Vrije Universiteit, de Universiteit van Amsterdam en het Co van Ledden Hulsebosch Center. Vingersporen, de bron en verder.

Centraal in dit onderzoek staat de vraag op welke wijze detailinformatie die in vingersporen besloten ligt optimaal kan worden benut in het proces van opsporing, vervolging en bewijsvoering,

Het programma bestaat uit twee onderzoekslijnen:

  • De ontwikkeling en verfijning van nieuwe opsporingsmethoden waarmee de bron van het vingerspoor (Wie heeft het spoor achtergelaten en welke informatie over de donor is te achterhalen?) en de activiteit (Met welke activiteit zijn de vingersporen geplaatst?) betrouwbaar en valide uit vingersporen kan worden afgeleid.
  • Het ontwikkelen en toetsen van methoden waarmee professionals uit de strafrechtsketen de ontwikkelde opsporingstechnieken optimaal kunnen inzetten en de resultaten ervan optimaal kunnen gebruiken in het proces van opsporing, vervolging en bewijsvoering.

Het totaal van deze onderzoeklijnen biedt inzicht in de wijze waarop informatie die in de vorm van latente sporen aanwezig is op de plaats delict, onder invloed van technische en menselijke factoren haar gang naar de rechtbank vindt

Gepubliceerd door  Kenniscentrum Techniek 12 december 2016