Hogeschool van Amsterdam

Kenniscentrum Techniek

Snelle identificatie op de plaats delict: hoe sneller, hoe beter

10 nov 2017 15:11 | Kenniscentrum Techniek

Mobiele analysetechnieken maken het in de nabije toekomst mogelijk sporen als DNA- en vingersporen tijdens een sporenonderzoek op de plaats delict snel te analyseren, te vergelijken met referentiemonsters en de resultaten te gebruiken in het verdere onderzoek. Deze kunnen een opsporing behoorlijk versnellen, maar brengen ook risico’s met zich mee. Onderzoek van het Lectoraat Forensisch Onderzoek (samenwerkingsverband van Hogeschool van Amsterdam en Politieacademie) toont aan dat snelle identificatie informatie invloed heeft op de conclusies die door rechercheurs op de plaats delict worden getrokken. Madeleine de Gruijter promoveerde hier 9 november op aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

De Gruijter voerde drie experimenten uit waarmee ze de invloed onderzocht van de nieuwe snelle analysetechnieken op het gedrag van forensische rechercheurs op de plaats delict. Wanneer rechercheurs een plaats delict interpreteren met de sporeninformatie leidt dat tot andere conclusies dan wanneer zij dit moeten doen zonder deze informatie. Ook blijken rechercheurs in het algemeen vooral te zoeken naar sporen die mogelijk zijn achtergelaten door de dader. 

Internationale verschillen?

De Gruijter keek ook naar de internationale verschillen in deze effecten en die zijn zeker aanwezig. Engelse rechercheurs blijken het sporenonderzoek vooral te zien als middel om een verdachte te vinden, en worden sterk beïnvloed door potentiële ‘matches’ die te vinden zijn in de DNA-databank van Engeland. De DNA-databank in Nederland heeft enkel DNA van 1,5 procent van de bevolking, in Engeland is dit ongeveer 8 procent. De Nederlandse rechercheurs zeggen zich ook meer te richten op een reconstructie van het delict en de relatie tussen sporen en het misdrijf, en worden minder op die manier beïnvloed. In Nederland beoordeelden rechercheurs de mogelijke dadersporen als even belangrijk: ‘Elk spoor is belangrijk als het met het delict te maken heeft.’ Het feit dat het DNA van iemand op een plaats delict wordt aangetroffen betekent ook niet per definitie dat diegene het misdrijf ook heeft gepleegd. Je kunt daarnaast natuurlijk ook met een onbekende dader te maken hebben.

Award

Het promotieonderzoek maakte deel uit van het project ‘Beter opsporen met het lab op zak.’ . Dit project behaalde vorig jaar de derde plek bij de prestigieuze RAAK award verkiezing voor praktijkgericht onderzoek. 

Meer informatie

Voor meer informatie over dit onderzoek kunt u contact opnemen met Madeleine de Gruijter: m.gruijter@hva.nl