Hogeschool van Amsterdam

Kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding

Rapport: Effecten van de voor- en vroegschoolse opvang

10 nov 2015 12:20 | Centre for Applied Research in Education

Download hier het rapport: MET EEN BLIK OP DE TOEKOMST EEN META-ANALYSE VAN DE EFFECTEN VAN VVE OP DE ONTWIKKELING VAN KINDEREN IN NEDERLAND

INLEIDING

In Nederland zijn verschillende evaluaties uitgevoerd van voor- en vroegschoolse educatie. Deze studies, alle gepubliceerd tussen 2000 en 2015, onderzoeken een centrale vraag die wetenschappelijk en maatschappelijk van belang is: kan de ontwikkeling van kinderen, al op jonge leeftijd, positief beïnvloed worden met speciale stimuleringsprogramma’s?


De positieve bevindingen van de klassieke studies van het Abecedarian-, Perry Preschoolen het Chicago Child Parent Center-project uit de Verenigde Staten hebben laten zien dat investeren in het jonge kind loont (zie bijvoorbeeld Heckman, 2006). Later hebben overzichtsstudies verdere evidentie geleverd voor de positieve effecten van ‘early childhood education and care’ op de ontwikkeling van kinderen (zie Blok, Fukkink,
Gebahrdt, & Leseman, 2005; Burger, 2010; Camilli, Vargas, Ryan, & Barnett, 2010; Gorey, 2001; Nelson, Westhues, & MacLeod, 2003; Nores & Barnett, 2010; Pianta, Barnett, Burchinal, & Thornburg, 2009 voor overzichtsstudies). Mede geïnspireerd door de positieve resultaten van de eerste Amerikaanse ‘early intervention’-programma’s en passend in Europees beleid (zie Council of the European Union, 2011) en landelijk beleid (zie Driessen, 2012) zijn ook in Nederland voor- en vroegschoolse programma’s geïmplementeerd die zich richten op de (voor)schoolse ontwikkeling van kinderen uit achterstandssituaties. Het Nederlandse Piramide-programma en het van HighScope afgeleide Kaleidoscoop werden als eerste programma’s ingevoerd, later gevolgd door het programma Startblokken-Basisontwikkeling. Andere vve-programma’s zijn later ook verspreid. Het accent in het Nederlandse onderwijsachterstandenbeleid om achterstanden of dreigende achterstanden van kinderen in de voorschoolse periode vroeg aan te pakken, is daarmee duidelijk komen te liggen op het werken met een vve-programma in een ‘center-based’-benadering, beginnend in peuterspeelzalen bij kinderen vanaf zo’n 2,5 jaar oud tot en met de kleuterklassen van de basisschool. De invoering van de eerste vve-programma’s Piramide, Kaleidoscoop en Startblokken-Basisontwikkeling zijn op de voet gevolgd door evaluatie van de effecten op kindniveau, kijkend naar de ontwikkeling van de taalvaardigheid, rekenvaardigheid, algemene cognitieve ontwikkeling en ook de sociaal-emotionele ontwikkeling op school. In de eerste vve-studies zijn effecten onderzocht in kleinschalige quasi-experimentele opzetten waarbij kinderen uit de vve-groepen en een vergelijkingsgroep zijn gevolgd van de peuter- tot en met de kleuterleeftijd (een zogenaamde prospectieve onderzoeksopzet).
Later zijn de effecten van vve ook geëvalueerd op basis van grootschalige, landelijke bestanden uit onderwijsonderzoek. In deze grootschalige studies zijn de effecten van vve geëvalueerd door leerprestaties van kinderen in het basisonderwijs te relateren aan hun voor- en vroegschoolse activiteiten die bij intrede in de basisschool zijn bevraagd bij de ouders (een zogenaamde retrospectieve onderzoeksopzet).

Opzet van deze studie

Een meta-analyse van alle Nederlandse effectstudies op het terrein van vve ontbreekt op dit moment. Vragen over de algemene effectiviteit over de effecten van vve waren daarom tot op heden niet goed te beantwoorden. De voorliggende reviewstudie wil in die leemte voorzien. De hoofdvraag van deze review is: Wat is het effect van de Nederlandse voor- en vroegschoolse educatie op de cognitieve prestaties en het sociaal-emotioneel functioneren voor jonge kinderen , vergeleken met de reguliere kinderopvang en kleutergroepen? (onderzoeksvraag 1) We richten ons hiermee op de beoogde toegevoegde waarde van vve. Daarnaast onderzoeken we welke variabelen de effecten van Nederlandse vve-programma’s modereren: Welke studiekenmerken hangen samen met de gerapporteerde effecten op kindniveau? (onderzoeksvraag 2) We onderzoeken onder andere of de gehanteerde onderzoekopzet, de vroegere of latere periode van vve in Nederland en andere studiekenmerken samenhangen met effecten op kindniveau. We onderzoeken deze vragen op basis van een meta-analyse (zie Cooper, Hedges, & Valentine, 2009) van Nederlandse studies waarin effecten van vve op de kinderlijke ontwikkeling zijn gerapporteerd. Tot slot blikken we op grond van de gevonden uitkomsten vooruit: wat is op grond van de huidige stand van zaken in wetenschappelijk onderzoek een perspectief voor de toekomst van de voor- en vroegschoolse sector?