Hogeschool van Amsterdam

Kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding

Promotieonderzoek Huub Oattes (HvA/UvA)

Engelstalig geschiedenisonderwijs

Project

In Nederland bestaat inmiddels een aanzienlijk aantal scholen voor voortgezet onderwijs waarop tweetalig onderwijs (beter gezegd: Engelstalig onderwijs) wordt gegeven. Een vak dat daarbij vrijwel altijd in het Engels wordt aangeboden, is geschiedenis. Het onderzoek naar het effect van tweetalig onderwijs concentreert zich tot dusverre op de vraag wat het effect daarvan is op de taalbeheersing van de leerlingen. Onderzoek naar het effect op het leren van de vakken (zoals geschiedenis) bestaat nog niet. Dit onderzoek stelt zich ten doel na te gaan welk effect het geven van Engelstalig geschiedenisonderwijs heeft op de door docenten gehanteerde (vak)didactiek en wat de resultaten daarvan zijn op de leerprestaties van de leerlingen in het vak geschiedenis in vergelijking met Nederlandstalig geschiedenisonderwijs.

Huub Oattes

KORTE BESCHRIJVING VAN HET ONDERZOEK

Het tweetalig onderwijs (tto) heeft een grote vlucht genomen in Nederland. Sinds het ontstaan ervan, nu 25 jaar geleden, heeft in 2014 ongeveer 20% van alle scholen voor voortgezet onderwijs een tto-afdeling. Het succes van het tto wordt op verschillende manieren verklaard. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat tto-leerlingen gelijk of beter presteren op hun eindexamen dan leerlingen uit het reguliere onderwijs. Leerlingen voelen zich aangetrokken tot en gemotiveerd door het Engelstalige onderwijs hetgeen een positief effect heeft op hun leerprestaties. Veel ouders zijn gecharmeerd van het internationale karakter van het tto en zijn van mening dat het hun kinderen beter voorbereid op een geglobaliseerde wereld dan het reguliere onderwijs.

Maar wat gebeurt er eigenlijk in het tto op onderwijskundig gebied? Onderzoek richt zich veelal op de (Engelse) taalontwikkeling van leerlingen in de context van het vakonderwijs, dit onderzoek richt zich meer op de ontwikkeling van vakkennis in een Engelstalige onderwijssetting. In dit onderzoek wordt ingezoomd op het vak geschiedenis, zoals dat wordt aangeboden op het tweetalige vwo (t-vwo).

Met dit kwalitatieve onderzoek wil de onderzoeker op systematische wijze achterhalen welke onderwijsprocessen zich afspelen in de Engelstalige geschiedenislessen. Hoe leren de vwo-leerlingen zowel de Engelse taal als de historische vakkennis? Welke taaldidactiek en vakdidactiek past de tto-docent toe om dat te realiseren?

Onderzoeksactiviteiten worden m.b.v. systematische observaties gericht op het didactisch handelen van tien vakdocenten in hun Engelstalige geschiedenislessen. Hun vakdidactisch repertoire wordt vervolgens vergeleken met dat van tien reguliere geschiedenisdocenten in hun Nederlandstalige geschiedenislessen. Wat zijn de overeenkomsten en wat zijn de verschillen? 

Verder wordt, opnieuw met behulp van observaties, gekeken naar de tto-vakdocenten die lesgeven in een reguliere klas om na te gaan of er en wat de overeenkomsten en verschillen zijn met docenten die uitsluitend lesgeven in het reguliere onderwijs. De tto-vakdocenten worden tevens geïnterviewd over hun bevindingen met het Engelstalige en Nederlandstalige geschiedenisonderwijs.Verder is de onderzoeker benieuwd naar de leeropbrengst van het tto-geschiedenisonderwijs als die vergeleken wordt met het regulier geschiedenisonderwijs. Daartoe worden leerlingen uit jaar 1 en jaar 3  uit het tto-onderwijs m.b.v. van vakkennistoetsen vergeleken met leerlingen uit de leerjaren 1 en 3 van het reguliere onderwijs.  Is er sprake van een gelijkwaardige ontwikkeling van geschiedeniskennis en vaardigheden bij de tweetalige en de reguliere vwo-leerlingen?

Door dit onderzoek wordt onze kennis van het tweetalige onderwijs vergroot, in het bijzonder de rol die de tto-geschiedenisdocent speelt in het Engelstalige geschiedenisonderwijs.

Gepubliceerd door  Centre for Applied Research in Education 31 maart 2015