Hogeschool van Amsterdam

Kenniscentrum Bewegen, Sport en Voeding

Onderzoek naar omvang en ontstaanmechanismen van schouderblessures

bij wedstrijdzwemmers

Project

Onderzoek laat zien dat schouderblessures de meest voorkomende, vaak langdurige blessures zijn bij wedstrijdzwemmers. Negen op de tien wedstrijdzwemmers heeft ooit wel eens een schouderblessure opgelopen. De helft van de wedstrijdzwemmers heeft last van schouderklachten, die langer duren dan drie weken. Terugkeer op het oude niveau is zeer lastig. Voor talentvolle zwemmers zijn schouderblessures zelfs een belangrijke reden om te stoppen met de zwemsport. Onduidelijk is echter hoe groot het probleem is van schouderblessures bij talentvolle Nederlandse zwemmers.

schouderblessure bij het zwemmen

Een korte inventarisatie bij de trainers van de E.ON-Talent Centra laat zien dat 13% van de zwemmers in drie maanden een schouderklacht ontwikkelt. Naast het feit dat er weinig bekend is over de omvang van schouderproblemen bij zwemmers is er ook een kennistekort op het gebied van risicofactoren van het ontstaan van deze blessures. Het doel van dit project is inzicht krijgen in de omvang en ontstaansmechanismen van schouderblessures bij talentvolle wedstrijdzwemmers. Deze doelstelling is vertaald naar twee hoofdvragen:  

  1. Wat is de incidentie van schouderblessures bij talentvolle wedstrijdzwemmers? 
  2. Is er een verband tussen zwemtechniek en het ontstaan van schouderblessures? 

Gedurende één zwemseizoen wordt een ‘prospectief cohort onderzoek’ uitgezet bij talentvolle wedstrijdzwemmers. Deze zwemmers worden uitgenodigd voor een zwemclinic in Eindhoven, waarbij de volgende variabelen worden vastgelegd: 1) achtergrondgegevens; 2) lichamelijk onderzoek; 3) logboek waarin trainingsbelasting en blessures worden geregistreerd; 4) de techniek van de borstcrawl wordt tijdens een 200 meter race vastgelegd op video. Markers op de zwemmers worden gebruikt om een 3D-reconstructie te maken van de bewegingsbaan van de arm van de zwemmer. Aan het einde van de registratieperiode kan onderzocht worden of zwemmers met een schouderblessure een andere techniek hebben dan de niet geblesseerde zwemmers.

 

Het project is uitgevoerd in 2012-2014. Inmiddels zijn we bezig met het verzamelen van de gegevens en in 2015 verwachten we de resultaten te publiceren. De uitkomsten van dit onderzoek worden vertaald naar een screeninginstrument dat aan de hand van de techniek van de zwemmer kan voorspellen of deze zwemmer een verhoogd risico heeft op het krijgen van schouderletsel tijdens zijn sportcarrière.

 

Het projectteam bestaat uit Elsbeth van Dorssen (sportarts), Sander Bouts (sportarts), Sander Schreven (embedded scientist InnoSportlab De Tongelreep), Roald van der Vliet (manager InnoSportlab De Tongelreep) en Janine Stubbe (HvA en Codarts). Daarnaast verrichten meerdere studenten werkzaamheden voor dit project in het kader van hun afstudeeronderzoek.

 

Gepubliceerd door  Kenniscentrum Bewegen, Sport en Voeding 14 oktober 2016