Hogeschool van Amsterdam

Kenniscentrum Bewegen, Sport en Voeding

Bewegingsprogramma PLAYground in het Gooi en Eemlander krant

"Leerling beweegt onvoldoende op schoolplein" door Wilfred Simons

1 dec 2014 13:12 | Kenniscentrum Bewegen, Sport en Voeding

AMSTERDAM - Leerlingen op de basisschool zitten te veel stil. Maar liefst 65 procent van de schooldag brengen ze door in hun schoolbankjes. Daarmee dragen de scholen bij aan het risico dat jonge kinderen dik worden, zegt onderzoeker Mirka Janssen van de Academie voor Lichamelijke Opvoeding Amsterdam. Janssen ontwikkelde het bewegingsprogramma PLAYground om leerlingen te stimuleren meer te bewegen tijdens het speelkwartier.

Een kwartiertje spelen tussen 10 en 11 uur op het schoolplein is goed gebruik op de basisscholen. Lang niet alle kinderen profiteren daarvan. Jongens die willen voetballen, claimen vaak een groot deel van het schoolplein. Daardoor blijft er weinig ruimte over voor andere kinderen, vooral meisjes. Kinderen tussen de 10 en 12 jaar klitten liever bij elkaar. ,,Sociale interactie is voor hen belangrijker dan spelen'', zegt de bewegingsonderzoeker. Slechts 40 procent van de kinderen op een schoolplein komt aan 'matig tot intensief' bewegen toe.

PLAYground

Janssen ging aan de slag op vier 'interventiescholen'. Ze verdeelde het schoolplein in vier speelvelden. Op één daarvan mochten jongens voetballen. Op de andere velden konden de kinderen spelletjes doen, zoals touwtjespringen, tikkertje, Annemaria koekoek, overloopspelletjes en balspellen zoals 'eitje leggen'.

Om overvolle schoolpleinen te voorkomen, stelde Janssen een pauzerooster op. Daardoor waren niet alle kinderen tegelijk op het plein. Janssen ontdekte dat meer kinderen aan PLAYground meededen als de meesters en juffen de organisatie van de spelletjes op zich namen en de kinderen enthousiast maakten. ,,Ze worden daardoor extra tot bewegen gestimuleerd.''

Bewegen

Het resultaat mocht er zijn: aan het eind van de onderzoeksperiode bewoog bijna 80 procent van de leerlingen 'matig tot intensief'.

Vier universiteiten stelden in 1998 een Nederlandse Norm voor Gezond Bewegen op. Hieruit blijkt dat kinderen een uur per dag matig intensief moeten bewegen. Een kwartiertje spelen per dag is niet voldoende om aan de norm te komen, zegt Janssen, die vandaag aan het VUmc op haar onderzoek promoveert. Zij pleit daarom voor een dagelijkse gymles, waar het speelkwartier een onderdeel van kan zijn.