Hogeschool van Amsterdam

Kenniscentrum Bewegen, Sport en Voeding

Waarde van studentensport

Project

Universiteiten steunen hun universitaire sportcentrum (USC) met geld en middelen, met als een van de impliciete doelen om door sport een bijdrage te leveren aan het primaire proces van het hoger- en wetenschappelijk onderwijs. Uit een eerder uitgevoerde literatuurstudie blijkt dat er bewijs bestaat dat het bezoeken van een universitair sportcentrum in Amerika gerelateerd is aan het behalen van hogere studiecijfers, meer studiepunten en lagere studie uitval. Daarnaast is er een positieve correlatie gevonden tussen het aantal bezoeken en de studieprestaties: hoe vaker de student sport, des te beter de studieprestaties. Aangezien er grote verschillen bestaan tussen de Amerikaanse en de Nederlandse situatie is het echter onduidelijk of deze resultaten ook naar Nederland gegeneraliseerd kunnen worden.

Sportcentrum_Universum

Doel onderzoek 

Nederlandse Universiteiten hebben aangegeven het rendement van de (bachelor) opleidingen te willen verhogen. Dit streven is bij bijna elke universiteit vastgelegd in de prestatieafspraken met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het al dan niet behalen van de rendementsprestatie kan grote financiële implicaties met zich meebrengen. Volgens de huidige afspraken tussen het hoger onderwijs en het ministerie van OCW wordt ruim zeven procent van het totale onderwijsbudget gekoppeld aan prestaties. Daarnaast is er een landelijk streven om te excelleren, het halen van hoge studiecijfers kan daar deel van uit maken.

Vier universitaire sportcentra (Amsterdam, Utrecht, Nijmegen en Wageningen) hadden behoefte aan een vervolgonderzoek naar de relatie tussen sporten (bij een USC) en studieprestaties voor de Nederlandse situatie.

Methode 

Om inzicht te krijgen in de relatie tussen USC bezoek en studieprestaties is een cross-sectionele studie uitgevoerd. Bij dit type onderzoek wordt binnen een bepaalde populatie (=studenten) op één moment naar verschillende gegevens gekeken. Per universiteit of opleiding is een steekproef geselecteerd. Daartoe zijn data van het USC met betrekking tot lidmaatschap gekoppeld aan de studieresultaten van universiteitsstudenten in studiejaar 2014/2015. Met het uitgevoerde onderzoek is antwoord gegeven op de vraag: ‘Wat is de relatie tussen sporten bij het USC en studieprestaties? Bij het beantwoorden van deze onderzoeksvraag is onderscheid gemaakt naar universiteit, geslacht, studiejaar en het gemiddelde cijfer van de vooropleiding om te zien of de relatie anders is voor de verschillende achtergrondkenmerken.

Resultaten 

In dit onderzoek gaat het om data van 35.831 studenten, waarvan 11.877 USC-leden (33,1 procent). Het gemiddeld aantal studiepunten (ECTS) dat werd behaald in het studiejaar 2014/2015 verschilt significant tussen de vier steden (van 45,7 ECTS in Nijmegen tot 52,1 ECTS in Wageningen). Daarom is in de vervolganalyses rekening gehouden met de verschillen tussen de steden.

In eerste instantie is er gekeken naar het verschil in behaalde studiepunten tussen niet-leden en leden. Niet-leden haalden in studiejaar 2014/2015 gemiddeld 48,8 ECTS, terwijl leden van het USC gemiddeld 50,6 ECTS behaalden. Het verschil in studiepunten tussen niet-leden en leden is dus 1,8 ECTS. Hierbij is wel rekening gehouden met de verschillen in behaalde studiepunten tussen de steden, maar niet met verschillen tussen mannen en vrouwen, studenten uit verschillende studiejaren en het cijfer van de vooropleiding.

Uit aanvullende analyses blijkt dat het verschil in studiepunten tussen niet-leden en leden voor de steden Utrecht (0,8 ECTS), Wageningen (3,2 ECTS) en Nijmegen (2,4 ECTS) significant is. Daarnaast bestaat het significante verschil tussen niet-leden en leden zowel in het eerste (1,6 ECTS), tweede (2,4 ECTS) als derde (1,0 ECTS) studiejaar en zowel voor mannen (0,7 ECTS) als voor vrouwen (2,1 ECTS). Tot slot is het verschil in studiepunten tussen niet-leden en leden (naast de verschillen in studiejaren en geslacht) gecontroleerd voor de invloed van stad, studiejaar, geslacht en cijfer van de vooropleiding. Uit deze analyse blijkt dat het aandeel van lidmaatschap van het USC 1,3 ECTS is. Niet-leden haalden gemiddeld 45,5 ECTS, terwijl leden gemiddeld 46,8 ECTS behaalden.

Dit onderzoek lijkt daarmee aan te tonen dat er een positieve relatie bestaat tussen sporten bij het USC en studieprestaties. Deze resultaten zijn van belang voor zowel universiteiten als universitaire sportcentra om een beter beeld te krijgen van de kosten en baten van studentensport. Daarnaast kunnen de opgedane resultaten worden gebruikt in het verkrijgen van aanvullende middelen om verdiepend wetenschappelijk onderzoek uit te voeren. Dit onderzoek vormt daarmee een aanzet tot verder onderzoek naar de relatie tussen sport en cognitie (studieprestaties) bij jongvolwassenen.

Onderzoeksteam 

Het onderzoek is uitgevoerd door Vera Dekkers (onderzoeker lectoraat Kracht van Sport) en Marije Deutekom (lector Kracht van Sport) bij vier universitaire sportcentra (Amsterdam, Utrecht, Nijmegen en Wageningen).

Meer informatie bij Marije Deutekom

Gepubliceerd door  Kenniscentrum Bewegen, Sport en Voeding 30 augustus 2017