Hogeschool van Amsterdam

CREATE-IT applied research

Cross-mediascapes: lectorale rede Harry van Vliet (verslag)

18 nov 2014 15:45 | Kenniscentrum Digitale Media en Creatieve Industrie (CREATE-IT)

Op 4 november 2014 sprak Harry van Vliet, lector Experience Design for Crossmedia Content (Crossmedia), zijn lectorale rede uit. ‘Dit lectoraat had er nooit mogen komen,’ was zijn opening statement. In de drie kwartier die volgden wist hij die uitspraak echter overtuigend onderuit te halen.

‘De term ‘Crossmedia’ is uit de mode. ‘Transmedia’, zo had het lectoraat misschien moeten heten, met mij als ‘omnichannelspecialist,’ al ligt ook die omschrijving onder vuur,’ zo begint Harry van Vliet zijn lectorale rede. ‘Het verzinnen van een nieuwe term wekt de suggestie dat de problemen en vraagstukken van het ‘oude’ onderzoeksgebied er niet meer toe doen. Maar dat is natuurlijk allerminst het geval.’ Afgezien van het feit dat de term crossmedia misschien uit de mode is, krijgt Van Vliet ook geregeld te horen dat de ontwikkelingen in de techniek zo snel gaan, dat het niet valt te onderzoeken. ‘Dat die ontwikkelingen wel te onderzoeken zijn hebben diverse kunstenaars ons al duidelijk gemaakt. Muybridge of Marcel Duchamp die beweging stilzetten en beeldje voor beeldje bekijken wat er gebeurt; pixelation zoals bij Seurat, waarbij je in- en uitzoomt en ziet hoe een groter geheel is opgebouwd uit letterlijk ‘puntjes’; of, net als Escher, van perspectief veranderen om tot nieuwe inzichten te komen.’

De vier P’s

Van Vliet houdt zich in zijn lectoraat bezig met de vraag hoe organisaties zoals mediabedrijven, musea, festivals en winkels de nieuwe mogelijkheden van allerlei media kunnen inzetten voor een betere dienstverlening en klantbeleving. ‘Bij de nieuwe diensten die gericht zijn op beleving draait het steeds om vier vragen – de vier p’s: is het mogelijk (possible), is het waarschijnlijk (probable), is het plezierig (pleasurable) en levert het wat op (profitable)?’,  aldus Van Vliet. ‘Als ik vanuit een ander perspectief kijk naar het hedendaagse Netflix, zie ik dat er al in 1892 een soortgelijke dienst bestond in Hongarije. Via Telefón Hirmondo konden mensen met een abonnement via een apart netwerk naar live muziek en nieuwsuitzendingen luisteren, taalcursussen volgen en sportwedstrijden volgen. Netflix is dus, in een andere vorm, al heel lang possible.’

Hoe beleeft de bezoeker een museum?

Of een nieuwe dienst of een nieuw medium leuk is – pleasurable – is de vraag naar beleving. Van Vliet: ‘Festivals, musea, winkels – iedereen wil de bezoeker een beleving bieden. Bij het ontwerpproces van een tentoonstelling, bijvoorbeeld, kun je je afvragen welke ervaringen je wilt bewerkstelligen. Daar kun je in de ruimte op sturen, door bepaalde keuzes te maken in omgevingscondities, ruimtegebruik, het plaatsen van objecten, bewegwijzering, kleur, et cetera.’ Er is middels onderzoek nog veel winst te halen om professionals hierbij te ondersteunen.

Profit: niet alleen financieel

De vierde vraag, of een nieuwe dienst winst oplevert, roept vaak de wedervraag op of alles om geld draait. ‘Het antwoord is nee,’ zegt Van Vliet. ‘Het kan ook gaan om culturele of maatschappelijke waarde. Ik hou me dan ook niet sec met verdienmodellen bezig, maar met businessmodellen.’

Van Vliet sluit af met de uitspraak van filosoof Harry Frankfurt, met de belofte om daar zo min mogelijk aan bij te dragen: ‘ ‘One of the most salient features of our culture is that there is so much bullshit’. Daarom is het des te belangrijker om de vluchtige, snelle wereld van de media met gedegen onderzoekstechnieken te benaderen.’

HvA