Hogeschool van Amsterdam

kenniscentrum faculteit Digitale Media & Creatieve Industrie

Lectoraat crossmedia maakt discussie los over ‘museumbeleving’

28 apr 2016 16:26 | Kenniscentrum Digitale Media en Creatieve Industrie (CREATE-IT)

Wat is museumbeleving? En als je dat wel scherp hebt, hoe ontwerp je de museale bezoekersbeleving die jij voor ogen hebt? Welke informatie is wel en niet relevant? En wanneer ben je daarin geslaagd? Het zijn vragen die aan bod kwamen tijdens de bijeenkomst over museumbeleving in SPUI25 te Amsterdam. Met een inleiding van Bernadette Schrandt, gevolgd door een paneldiscussie met Mariëlle Beek, Merel van der Vaart, Caroline Breunesse en Riemer Knoop.

Museumbeleving: een ambigue begrip. Zowel omdat de woorden (‘museum’ en ‘beleving’) los van elkaar genoeg dubbelzinnigheid opleveren. ‘Wat betekent museumbeleving eigenlijk voor jou?’ Het was de eerste vraag die moderator Koen Peters aan het panel stelde na de inleidende presentatie. ‘De bezoekers raken’, ‘aansluiten op behoeftes van bezoekers’ en ‘ontwerpen voor hoofd en hart’ zijn een aantal antwoorden die gegeven werden door de panelleden. Terecht werd ook opgemerkt in het panel     dat er in die antwoorden al uit wordt gegaan van een ‘positieve’ beleving; het neutrale woord ‘museumbeleving’ kan ook een horrorervaring voor een bezoeker betekenen en ervoor zorgen dat je 10 jaar lang geen enkel museum meer binnen stapt. 

Met dat antwoord komen direct een aantal andere vragen naar boven. Wanneer start die ‘museumbeleving’ voor een bezoeker? Hoe ontwerp je voor de ‘positieve’ museumbeleving, waar de bezoeker meemaakt wat jij als museum of ontwerper graag minimaal zou willen? En hoe open laat je die ervaring, want moet de bezoeker wel helemaal mee gaan in de visie van de ontwerper? Uit de discussie wordt duidelijk dat bezoekers geprikkeld willen worden, op zo’n manier dat ze zelf wel begrijpen waar het over gaat, maar ze zelf ook nog ruimte hebben voor een eigen interpretatie. 

Op welke manier die eigen interpretatie een rol mag krijgen, zijn de meningen verdeeld. Vooraf, door kwantitatieve of kwalitatieve bezoekersdata te gebruiken in het ontwerpproces, of achteraf, waar de bezoeker zelf kan nadenken over hetgeen hij heeft gezien; de meningen zijn sterk verdeeld. “Tentoonstellingen moeten niet alleen maar datgene zijn wat het publiek wil zien!”, zo wordt gesteld. Artistieke vrijheid staat voorop. Maar kan de bezoeker daar dan wel iets mee?, luidt het tegenargument. Iemand uit de zaal merkt op dat Henry Ford ook niet heeft geluisterd naar de wensen van zijn publiek, dat snellere paarden wilde. Het publiek heeft het volgens hem niet altijd bij het juiste eind, en kan belangrijke ontwikkelingen niet voldoende inschatten. Terecht wordt daar weer het tegenargument geleverd dat je niet letterlijk moet ontwerpen wat gezegd wordt, maar moet luisteren naar de behoeftes van je publiek. “En dus gaat het om het stellen van de juiste vragen, want welke vragen stellen we nu eigenlijk?”, volgt het antwoord. 

Wanneer het onderwerp rondom de inzet van digitale media wordt aangesneden, is iedereen het ermee eens dat uitgekeken moet worden dat het middel niet het doel moet zijn. En dat de aanname dat musea met digitale technologieën meer jongeren zouden trekken, niet per definitie op gaat. Het gaat juist om de manier hoe on- en offline met elkaar samenwerken en hoe bezoekers op het moment suprême verrast kunnen worden. 

Kort wordt nog ingegaan op het ontwerp wanneer tentoonstellingen succesvol zijn, maar de tijd blijkt een grote vijand. Een uur praten over brede onderwerpen die op dit moment relevant zijn voor de museumsector, is te kort. De wens wordt uitgesproken om de diepte op te zoeken in vervolgsessies, waar het lectoraat belooft actie op te ondernemen. 

Na afloop stelt Mariëlle Beek op LinkedIn dat er “veel beter kan”. Maar uit de sessie blijkt dat er ook al een hoop goed gaat: meerdere personen gaven aan vaak inspirerende tentoonstellingen te bezoeken. Verrassing werd daarbij genoemd als een van de elementen. Maar wat nog meer? En zo komen we terug aan de beginvraag van de sessie. Een interessante middag, waar vervolgsessies moeten leiden tot verdieping en nieuwe inzichten.