Hogeschool van Amsterdam

Wereldwijde consensus over juiste nazorg intensive care-patiënt

4 dec 2016 14:00 | Afdeling Communicatie

Een oefenprogramma voor spierkracht en uithoudingsvermogen, een uitgebalanceerd voedingsprogramma, trainen van de ademspierkracht. En bovenal: de fysiotherapeut als regisseur voor zowel de fysieke als psychologische zorg. Dit zijn de belangrijkste ingrediënten van de zorgaanpak voor ex-intensive care-patiënten, waarover voor het eerst wetenschappelijke consensus is vastgesteld. Docent-onderzoeker Fysiotherapie en promovendus Mel Major van de European School of Physiotherapy, Hogeschool van Amsterdam bereikte deze consensus recent onder haar vakgenoten wereldwijd. Vanuit deze gedeelde richtlijn kunnen ziekenhuizen, samen met de eerstelijns gezondheidszorg, daadwerkelijk effectieve nazorgtrajecten gaan opzetten.

Per jaar belanden ruim 85.000 mensen in Nederland op een intensive care (IC). De  opname op de IC is voor een patiënt erg ingrijpend. De meerderheid van de patiënten die een IC-opname overleeft, rapporteert tot vijf jaar later nog fysieke klachten en psychologische problemen, zoals depressie en post-traumatische stress-stoornis (PTSS), en cognitieve problemen als geheugenverlies. Voor deze problemen tezamen is een aantal jaar geleden de term post-intensive care syndroom (PICS) geïntroduceerd. In Nederland gaat het om rond de 25.000 IC-patiënten die jaarlijks met PICS-klachten uit het ziekenhuis worden ontslagen.   

Ondanks de heftige nasleep, ontbreekt tot nu toe een breed gedragen nazorg om deze groep patiënten goed te begeleiden en de problemen aan te pakken. “Voor de patiënten die vanwege levensbedreigende ziekte op de intensive care zijn beland en als gevolg van die opname ernstige spierzwakte of vermoeidheid hebben, bestaat geen protocol waardoor zorgverleners weten wat hun rol of de beste zorg is’, zegt Major.

Wetenschappelijke consensus

Daar komt verandering in, nu Major wetenschappelijke consensus heeft bereikt over de meest effectieve fysiotherapeutische nazorg voor deze IC-patiënten. Zij heeft samen met mede-onderzoekers - op basis van expertopinie en literatuuronderzoek- een protocol opgesteld voor de zorgaanpak.  ‘Een belangrijke stap’, aldus Major, ‘omdat er nu tenminste duidelijkheid is over de meest effectieve nazorg.’

Major raadpleegde voor haar consensus-studie de 10 wereldwijd meest vooraanstaande experts op het gebied van intensive care en post-intensive care revalidatie. Het panel bestond uit verschillende disciplines, waaronder artsen, fysiotherapeuten en verpleegkundigen. Op basis van dit wetenschappelijk onderzoek hebben Major en haar mede-onderzoekers het nazorgprotocol opgesteld, met daarin de meest effectieve fysiotherapeutische interventies en meetmethoden om deze groep ex-IC-patiënten te behandelen.

Uitgebalanceerd voedingsprogramma

Het nieuwe model voor de nazorgaanpak bevat uiteraard een oefenprogramma voor spierkracht en uithoudingsvermogen. Wat opvallend is, aldus Major, is dat ook is vastgesteld dat er een uitgebalanceerd voedingsprogramma moet komen. Hier is eerder nog niet veel mee gedaan voor ex-IC-patiënten. Samenwerking met voedingsdeskundigen is dus noodzakelijk.

Een andere aanbeveling uit het protocol is het trainen van de ademspierkracht ná de IC-opname. Dat is iets dat nu nog niet plaatsvindt: ‘IC-patiënten krijgen na de kunstmatige beademing wel training op de IC zelf, maar niet meer nadat ze de IC hebben verlaten. Dit terwijl het een groot verschil zou kunnen maken. En het is een relatief eenvoudige behandeling, waarbij de patiënt een klein apparaatje naar huis meekrijgt om thuis de ademspieren mee te trainen. De fysiotherapeut kan dan meten of de ademspierkracht verbeterd is.’

Ic revalidatie

Spilfunctie

Het protocol beschrijft daarnaast de essentiële overdrachtsinformatie vanuit het ziekenhuis naar de huisarts en de fysiotherapeut in de eerste lijn. Bij het opzetten van het nazorgprogramma moet één zorgverlener de relevante overdrachtsinfo verzamelen uit het ziekenhuis, en het nazorgtraject straks coördineren. ‘De fysiotherapeut is bij uitstek geschikt om deze spilfunctie te vervullen,’ zegt Major. ‘Fysiotherapeuten werken namelijk al met complexe patiënten, met bijvoorbeeld diabetes of longemfyseem. En zij hebben al een goede samenwerking met onder andere de voedingsdeskundige en de psycholoog.’ De fysiotherapeut moet daarom volgens Major de centrale en coördinerende rol vervullen in het nazorgtraject en de andere zorgverleners inschakelen om de patiënt goed te begeleiden.

Mel Major

Mel Major

Haalbaarheid

Voordat de aanbevelingen van het expertpanel in Nederland worden toegepast, gaan Major en collega-onderzoekers eerst een haalbaarheidsstudie uitvoeren. Deze haalbaarheidsstudie moet plaatsvinden in samenwerking met Amsterdamse ziekenhuizen en fysiotherapiepraktijken, maar ook met huisartsen. Het Academisch Medisch Centrum (AMC) heeft hier, als expertisecentrum voor nazorg van IC-patiënten, een leidende rol in.

In de haalbaarheidsstudie worden de praktische haken en ogen van de nieuwe standaardaanpak in kaart gebracht. Dit is nodig omdat de consensus van experts wereldwijd komt, en het goed toepasbaar moet zijn in de Nederlandse situatie. Pas na deze haalbaarheidsstudie kan de standaard fysiotherapeutische nazorg worden geïmplementeerd, en kan de fysiotherapeut de regiefunctie op zich nemen.

Major dingt met dit onderzoek mee naar de HvA Research Award, die op 7 december wordt uitgereikt.

Lees de wetenschappelijke publicatie van Mel Major en collega’s in het tijdschrift Critical Care.

Mel Major maakt als promovendus onderdeel uit van de onderzoekslijn ‘Complex Care’ binnen de Hogeschool van Amsterdam, faculteit gezondheid, die in samenwerking met onderzoekers van de afdeling revalidatie van het AMC meerdere studies heeft lopen op gebied van fysiotherapeutische revalidatie op en na de IC. De onderzoekslijn wordt geleid door dr. Marike van der Schaaf, lector revalidatie in de acute zorg aan de HvA en senior onderzoeker bij de afdeling revalidatie van het AMC, en prof. dr. Raoul Engelbert, hoogleraar Fysiotherapie aan de UvA/het AMC en lector Fysiotherapie aan de HvA.