Hogeschool van Amsterdam

Betul en Beyza: pioniers in een nieuwe rol

10 okt 2018 13:38 | Afdeling Communicatie

Betul Yildirim (25) en Beyza Dogan (22) zijn per 1 oktober begonnen als trainee op de Faculteit Bewegen, Sport en Voeding. Afgelopen week schoven zij aan tafel bij Huib de Jong, voorzitter van het College van Bestuur, en Martha Meerman, lector Gedifferentieerd HRM. Een gesprek over rolmodellen, betrokken docenten en het belang van onderwijs in de wijk.

Ze moeten nog een beetje wennen aan het feit dat ze collega’s zijn, want nog niet zo lang geleden zaten Yildirim en Dogan zelf in de collegebanken van de HvA. Beiden hebben nog maar net een afgerond bachelordiploma Voeding & Diëtetiek op zak. En nu zijn ze terug. Als medewerker.

Ze zijn pioniers binnen een kakelvers programma dat uiteindelijk 40 oud-studenten klaar zal stomen om nieuwe studenten te begeleiden in de eerste 100 dagen van hun studie. Bovendien moeten de trainees in vier jaar tijd uitgroeien tot volleerd docent-onderzoekers. Daarnaast wordt er ook nog tijd ingeruimd om een master af te ronden.

Migratieachtergrond

 “Weten jullie waarom ik deze traineeships zo belangrijk vind?” luidt de eerste vraag van Huib de Jong na een kort voorstelrondje. “Omdat ik van studenten zo vaak terugkrijg hoe cruciaal het is dat je je in iemand kunt herkennen.” Vooral voor studenten met een migratieachtergrond is dat niet vanzelfsprekend, merkte hij. En daar wordt al meteen een belangrijke taak aangestipt voor de nieuwe medewerkers; die van klankbord voor studenten. En rolmodel eigenlijk. Maar hoe word je dat?

Dogan: “Wat gaat helpen is dat wij weten wat nieuwe studenten doormaken en wat ze kunnen verwachten. Wij zijn net zelf afgestudeerd en we zijn jong. Daardoor zijn we heel benaderbaar.” De kersverse voedingsdeskundige merkte als student-assistent bij het lectoraat Gewichtswetenschappen al dat studenten haar makkelijker benaderde met een vraag dan de hoofdonderzoeker. Yildirim hoopt bovendien dat “meiden met een andere achtergrond dan de Nederlandse” eerder toenadering zullen zoeken als ze ergens mee worstelen. “Ik hoop dat ze dan naar mij komen.”

Van links naar rechts: Martha Meerman, Huib de Jong, Beyza Dogan en Betul Yildirim

Eenzaamheid

“We zien dat veel studenten in het eerste jaar uitvallen, om allerlei redenen”, reageert De Jong. “Eenzaamheid speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol. Kunnen jullie daarin van betekenis zijn?” Betul knikt instemmend: “Ik kom uit een gezin waar niemand heeft gestudeerd. Na de eerste vijf examens stond ik vier onvoldoendes. Ik dacht: kan ik dit wel? Het had niet veel gescheeld of ik was met de opleiding gestopt.”

Toch lukte het Yildirim uiteindelijk om op eigen kracht met 58 punten over te gaan naar het tweede jaar. “Maar als iemand van school mij eerder had gevraagd hoe het gaat -en of ik wel een planning had gemaakt bijvoorbeeld - was dat heel welkom geweest.” Of ze bedoelt dat er meer aandacht moet zijn voor de vaardigheid van het studeren zelf, wil Huib de Jong weten. Beide alumni beamen dat. Dogan: “De kloof tussen studenten en docenten is zó groot. Vooral in het eerste jaar. Terwijl je dan juist zou willen dat je als student met vragen terecht kunt bij je docent.”

Assertief

Maar wát moet er dan veranderen om die kloof te dichten? Dogan: “Ik zou willen dat docenten tijdens de pauze even naar studenten toelopen om te vragen hoe het gaat.” Probleem is alleen dat ze daar vaak geen tijd hebben, merkte ze. “Dat is omdat ze zich moeten haasten naar een volgende les. Geef zo’n docent 5 à 10 minuten tussen de lessen om het gesprek met studenten aan te gaan,” luidt haar advies. Voor Meerman zijn de ervaringen van de oud-studenten illustratief voor wat eerder al met onderzoek is aangetoond. “Je moet wel heel erg assertief zijn wil je een docent benaderen die je niet goed kent, en waarin je je ook niet herkent. Daarom vinden wij het zo fantastisch dat er nieuwe rolmodellen komen.”

Verschillen

Dan wil Dogan ook iets van haar gesprekspartners weten. Of het onderwijs de laatste jaren veel veranderd is. Volgens De Jong, die vanaf 1980 jarenlang zelf voor de klas heeft gestaan, is er iedere tien jaar sprake van een totale omwenteling. Een belangrijke verandering is volgens Meerman de klas zelf. “Vroeger had iedereen dezelfde achtergrond, tegenwoordig zit er een heel breed gezelschap met grote verschillen op regionaal, etnisch en religieus gebied.” Ze spreekt de wens uit dat juist in een klas met diverse samenstelling klasgenoten van elkaar leren.

Maar als het aan Yildirim en Dogan ligt moet het onderwijs vooral meer de verbinding zoeken met de wijk. Ze groeiden allebei op in Amsterdam-West, niet ver van de Faculteit Bewegen Sport & Voeding waar ze studeerden. Maar ze merkten dat veel studenten en docenten die van buiten de stad komen geen goed beeld hebben van wat er in de wijk leeft. En dat terwijl de praktijkvoorbeelden er voor het oprapen liggen en bewoners van de wijk ook erg gebaat zouden zijn bij de inzichten die op de faculteit ontwikkeld worden. Gelukkig is er inmiddels al veel veranderd, weet De Jong. “Het curriculum is al veel meer op de omgeving gericht. Maar dat hebben jullie als student waarschijnlijk net niet meer meegekregen.” 

Het is nu aan de beide alumni om vanuit de organisatie mee te bouwen aan die nieuwe koers. Ze hebben er zin in. Betul: “Dat is het voordeel van Amsterdam. Er zijn zoveel mogelijkheden. Er is plek voor iedereen.”