Hogeschool van Amsterdam

Hulp aan sekswerkers heeft impact op seksleven hulpverleners

‘Maak beroepsrisico bespreekbaar binnen maatschappelijke organisaties ’

20 nov 2017 16:53 | Afdeling Communicatie

Sociaal werkers die sekswerkers ondersteunen, ondervinden daar gevolgen van in hun eigen seksuele leven en intieme relaties. Daar moet meer aandacht voor komen, willen we deze hulpverleners duurzaam inzetbaar houden. Dat constateert Anke van den Dries, afgestudeerd aan de master Social Work van de Hogeschool van Amsterdam, in haar scriptie 'Staying strong and sexy'. Daarmee ze is genomineerd voor zowel de Movisie Scriptieprijs als de HvA Research Award, die beide 7 december worden uitgereikt.

Anke van den Dries werkt zelf al ruim tien jaar als hulpverlener bij een organisatie die sekswerkers ondersteunt, Humanitas Prostitutie Maatschappelijk Werk (PMW) in Rotterdam. Daarvoor werkte ze als sociaal werker vooral met slachtoffers van mensenhandel.

Uit eigen ervaring weet Van den Dries hoeveel impact het heeft om dagelijks met seks geconfronteerd te worden. Veel hulpverleners die sekswerkers ondersteunen, doen bijvoorbeeld veldwerk; ze bezoeken sekswerkers op locatie. “Of het nu online of offline is- het doet wat met je. Stel dat ik bijvoorbeeld een club bezoek, dan zie ik, terwijl ik in gesprek ben, vanuit mijn ooghoek een enorm beeldscherm met een penetratiescène. Het hééft gewoon effect op je, en niet alleen op zo’n moment; het kan ook invloed hebben op je leven daarbuiten.”

Hoe deze confrontatie de sociaal werkers zelf beïnvloedt in hun seksualiteit en intieme relaties, is echter nooit onderzocht. Er blijkt nog geen internationale of nationale literatuur over. Zo kwam Van den Dries op het idee om hier een ‘pionierend’ onderzoek naar te doen, als afstudeerscriptie voor de HvA-master Social Work.


Invloed op eigen relatie

Dat die invloed aanzienlijk is, beschrijft Van den Dries in haar scriptie. In totaal vulden ruim vijftig hulpverleners de anonieme enquête in voor haar onderzoek, die allen werken bij hulporganisaties voor sekswerkers en/of slachtoffers van mensenhandel uit de seksindustrie.

87 procent van de ondervraagde hulpverleners meldt positieve (werkgerelateerde) invloeden op de eigen seksualiteit en intieme relatie(s). Tegelijk noemt 85 procent van de respondenten negatieve invloeden. “Dat lijkt tegenstrijdig, maar dat is het blijkbaar niet”, benadrukt Van den Dries. “Want je kunt meerdere effecten naast elkaar ervaren. Zo komt het voor dat hulpverleners enerzijds heftige verhalen van seksueel geweld aanhoren, maar tegelijk daardoor de eigen seksuele vrijheid juist meer waarderen.”

 

Anke van den Dries

Anke van den Dries


Wensen en grenzen

De vaakst genoemde positieve invloed is dat hulpverleners door het werk ruimdenkender en opener zijn geworden op het gebied van seks. Anke: “Mensen hebben minder last van schaamte en durven meer te experimenteren. Ook gaan hulpverleners opener denken over hun eigen seksualiteit: is dit wel wat bij mij past?”

Een andere positieve invloed die de respondenten noemen, is dat zij gemakkelijker hebben leren communiceren over seks. Met de partner praat men meer over elkaars grenzen en wensen. Ook met anderen – zoals kinderen- gaat praten over seksualiteit gemakkelijker.

Minder zin

Maar er zijn ook negatieve invloeden. Het vaakst noemen hulpverleners dat ze door het werk minder vaak zin hebben in seks of meer moeite hebben om opgewonden te raken. Daarnaast ervaart een deel van de hulpverleners meer wantrouwen naar de eigen partner (iets dat alleen lijkt te gelden voor vrouwelijke heteroseksuele hulpverleners): het beeld van mannen verandert, en de angst voor ontrouw neemt toe, evenals de angst dat de partner ook iemand is die ‘in het geheim’ sekswerkers bezoekt.

 

Poster voor het Sekstival: tekeningen en tekstjes om seks bespreekbaar te maken

Getekend verslag van het Humanitas Sekstival van 16 mei 2017, om seks bespreekbaar te maken voor sociale professionals, waarvan Van den Dries mede-initiator en -organisator was. Tekenaar: Guy de Hoop


Maak het bespreekbaar

Hoewel herhaalde confrontatie met seks in het werk zoveel impact heeft op hulpverleners, wordt er binnen de organisaties van sociaal werk weinig over gepraat. Dat weet Van den Dries uit ervaring, maar ook uit gesprekken, interviews, en teambijeenkomsten die ze voor haar onderzoek hield.

En het is juíst belangrijk dat dit wel gebeurt, zegt zij: ‘Als hulpverlener ben je je eigen instrument. Als je last hebt van negatieve dingen op werk, dan komt dat de hulpverleningsrelatie en de kwaliteit van het contact niet ten goede. Momenteel komt dit onderwerp nauwelijks ter sprake en zijn hulpverleners op zichzelf teruggeworpen.”

In haar scriptie onderstreept van den Dries dan ook dat negatieve werkinvloeden niet op het individu moeten worden afgewenteld, maar dat organisaties het moeten erkennen als beroepsrisico, dat bij deze beroepspraktijk hoort. Zij beveelt maatschappelijke organisaties daarom aan om samen met sociaal werkers te bepalen wat hen kan ondersteunen. Hulpverleners die aan het onderzoek deelnamen, gaven aan dat zij gebaat zouden zijn bij periodieke gesprekken met een psycholoog of seksuoloog, en meer informatie vanuit de organisatie over de invloed op de eigen seksualiteit.

De positieve werkinvloeden op het gebied van seks moeten óók ter sprake komen, zegt Van den Dries: “Want als je beseft dat die er zijn, kan dat bijdragen aan het plezier dat je hebt in je werk en ervoor zorgen dat je er langer mee wilt doorgaan.”

 

In totaal vulden zo’n vijftig sociaal werkers de enquête in, die allen werken bij Nederlandse en Vlaamse organisaties die zich inzetten voor sekswerkers en slachtoffers van mensenhandel. Van den Dries sprak ook met sleutelfiguren en hield een focusgroepbijeenkomst binnen haar eigen organisatie, Humanitas PMW.