Hogeschool van Amsterdam

Be good and tell it

Gepost op: 13 mrt 2017 | Afdeling Communicatie

‘Heel goed worden in je vak’, ‘Heel veel kennis opdoen’, 'Iets heel anders gaan doen’. Je kunt deze uitspraken bijna niet over het hoofd zien als je in Amsterdam Centraal aankomt.

Op manshoge posters vragen de afgebeelde personen sinds vorige week met deze teksten om aandacht. De posters horen bij de landelijke campagne ‘heelveelindeeltijd.nl’ waarin de Nederlandse hogescholen aandacht willen vestigen op het belang van een Leven Lang Leren door bijscholing, nascholing of omscholing en het daarbij behorend onderwijsaanbod. De Hogeschool van Amsterdam (HvA) doet zeer bewust mee aan deze campagne. Een campagne waarin de hogescholen uitdragen ‘heel veel’ te bieden te hebben aan mensen die willen (blijven) werken aan hun toekomst. Feit is alleen dat diezelfde mensen weinig weten over hbo-deeltijdaanbod. Er is dus werk aan de winkel.

Breed omarmd

Zo’n 450.000 hbo-studenten in Nederland, waarvan rond de 45.000 op de HvA, worden op dit moment voorbereid op de arbeidsmarkt waar zij als hoogopgeleide professionals in alle denkbare sectoren belangrijke functies gaan vervullen. Met zo’n diploma op zak ben je anno 2017 echter niet klaar. Want de tijd dat een hbo’er met eenmaal aangeleerde kennis en vaardigheden een leven lang bij dezelfde baas of in een zelfde baan werkte ligt al lang achter ons. Het werk verandert razendsnel door nieuwe technieken, door de informatietechnologie en door de Europeanisering van de arbeidsmarkt. Daardoor veranderen banen van inhoud, verdwijnen er sommigen en komen er nieuwe voor in de plaats. Die ontwikkeling vraagt om continue (bij)scholing van de werknemer gedurende zijn hele werkende leven. Niet voor niets is het belang van een ‘Leven Lang Leren’ inmiddels breed omarmd door onderwijs, politiek, werkgevers en werkenden zelf.

Instroom deeltijd loopt terug

Je zou verwachten dat die brede erkenning van het belang van blijven leren zich zou vertalen in stijgende aantallen studenten die, naast of tijdens hun werk, kiezen voor bij- om- of extra scholing in de vorm van deeltijdonderwijs. Het omgekeerde is waar. De instroom in het hbo-deeltijdonderwijs is de afgelopen tien jaar met zo’n 45 procent teruggelopen. Kozen er in 2006 nog een kleine 14000 studenten voor een deeltijdbachelor of -master, in 2016 is dat aantal bijna gehalveerd.

Ook bij de HvA zien we de afgelopen jaren een daling, hoewel we qua aantal deeltijdstudenten nog altijd een van de grootste hogescholen zijn. De vraag is waar die daling aan ligt. Sluit het deeltijdaanbod van hogescholen onvoldoende aan bij vraag van werkenden? Of zijn hogescholen ook te bescheiden met het uitdragen wat wij te bieden hebben op het terrein van deeltijdonderwijs? Waarbij we dan ook nog te maken hebben met commerciële aanbieders die politiek de wind in de zeilen hebben en publicitair (zo) hard op de trom roffelen dat het bijna lijkt alsof zij het monopolie hebben op deeltijdonderwijs.

Niet homogeen

Of het deeltijdaanbod voldoende aansluit bij de behoefte van de werkenden, is een belangrijke vraag. In ieder geval niet in zijn algemeenheid. Veel minder dan fulltime studenten gaat het bij werkenden om een min of meer homogene groep wat betreft startniveau en gewenste scholing. De achtergrond van deeltijdstudenten is zeer divers: in leeftijd (22-60), in werkervaring (van beginnend tot mid career professional), omstandigheden (werk, gezin, beschikbare tijd), loopbaanambities (omscholing, opscholing). Waar de een zich met een specifieke wens wil laten bijscholen in zijn 'oude' vakgebied, kiest een ander voor volledige omscholing naar een nieuw beroep.  En weer een andere kiest voor extra scholing om zijn of haar eindkwalificaties op te hogen (van mbo naar hbo-bachelor). Daarom biedt de HvA op dit moment ruim 50 deeltijdopleidingen op bachelor-, master- of associate degree niveau die inhoudelijk een afgeleide zijn van de fulltime opleiding en uiteindelijk hetzelfde diploma opleveren. Daarnaast is er een groot aanbod aan kortdurende cursussen, masterclasses en leergangen dat inspeelt op specifieke vragen en behoeften aan kortdurende scholing vanuit de arbeidsmarkt of vanwege innovatie van het veld vanuit het onderzoek. Door de nauwe samenwerking tussen de HvA en het regionale werkveld wordt de inhoud van het deeltijdaanbod continu afgestemd op de veranderde eisen die het werkveld vraagt. We gaan dit aanbod ook nog beter over het voetlicht brengen. Dit door onder de vlag van de Amsterdam Economic Board samen met de andere Amsterdamse kennisinstellingen en de werkgevers een gemeenschappelijk web-platform tot stand te brengen.

Flexibiliteit

So far, so good, zou je zeggen. Ja, dat is ook zo, waarbij ik wel aanteken dat een deeltijdstudent, die een studie combineert met werk en privé, meer flexibiliteit van de instelling verlangt dan een fulltime student. Voor een deeltijdstudent is flexibilisering van het leerproces - denk aan de inhoud, vorm, tempo van de studie – belangrijk, omdat het zo goed mogelijk moet aansluiten op zijn of haar ambities, dagelijkse ervaring op het werk en ook de persoonlijke omstandigheden. Dat betekent bijvoorbeeld dat een student deels zelf inhoudelijke keuzes moet kunnen maken over het curriculum dat hij volgt (zoals afstuderen in het eigen bedrijf). Of dat hij invloed heeft op het tempo van de studie. Soms wil iemand versnellen, maar soms ook even vertragen.

Ik heb al eerder betoogd dat we – zeker bij het deeltijdonderwijs – het traditionele denken in volledige programma’s los moeten laten en veel meer moeten denken in modules en op een flexibele manier moeten inspelen op de vragen en uitdagingen van de beroepspraktijk. Zonder daarbij concessies te doen aan het eindniveau van de opleiding, uiteraard. Bij de HvA is het programma ‘flexibilisering onderwijs’ dan ook heel belangrijk. Dit programma, dat overigens over het hele onderwijsaanbod gaat, dus ook fulltime onderwijs, richt zich onder meer op persoonlijke leerroutes en op de eigen regie van de student op wat, hoe en wanneer hij leert. Ook de betrokkenheid van werkgevers bij de ontwikkeling van het aanbod neemt gelukkig snel toe, overigens tot en met directe begeleiding naar een nieuwe baan (zoals in de modules van het programma Make IT Work). Een aantal HvA-(deeltijd)opleidingen past deze principes van flexibilisering al toe. De HvA is daarmee drukdoende om (ook) het deeltijdonderwijs zo flexibel mogelijk te maken. Er zijn flinke stappen gezet. Maar het kan en moet nog breder binnen de instelling een vaste plaats krijgen.

Nog actiever uitdragen

Terugkomend op de campagne ‘heelveelindeeltijd.nl’: ik durf te stellen dat er de afgelopen jaren al heel veel in gang is gezet om het bekostigd deeltijdonderwijs, in nauwe samenwerking met het werkveld, een boost te geven. Zowel inhoudelijk als organisatorisch. De landelijke campagne, die deze week een ‘doorvertaling’ per hogeschool krijgt (bij ons #heelveelhva)  is er op gericht om die boodschap voor het voetlicht te brengen. Wij gaan dat als individuele hogeschool ook zelf nog actiever uitdragen vanuit het uitgangspunt ‘be good and tell it’. Wat dat betreft mogen we best wel wat minder bescheiden zijn. In de hoop dat daardoor op termijn meer werkgevers en deeltijdstudenten de weg naar het bekostigd deeltijdonderwijs weten te vinden. Zoals gezegd: er is nog werk aan de winkel. 

Blog van Huib

Huib de Jong
Auteur:

dhr.  H.M. de Jong (Huib)