Hogeschool van Amsterdam

Studiesucces: groeit gras sneller als je eraan trekt?

Gepost op: 6 nov 2016 | Afdeling Communicatie

Zoals vaak het geval is, is er in de voorbije weken weer veel aandacht voor het beroepsonderwijs in de media. De toon is soms kritisch. Er studeren volgens sommige analisten (te) weinig mensen af. En dat roept de vraag op: Hoe zit het met dat studiesucces? Zijn de hogescholen onvoldoende effectief? Ligt het aan de studenten? Aan de scholen waar onze nieuwe studenten hun vooropleiding hebben gevolgd?

Ik hou er niet van de schuld bij anderen te zoeken en zeker niet bij onze studenten. Ook vind ik het onkies om over het werk van collega's te oordelen, al was het maar omdat ik hun feiten onvoldoende op het netvlies heb. Laten we maar naar onszelf kijken. Hoe goed doet de HvA het?

Positieve beoordeling

Een maatstaf is de set afspraken die we als instelling hebben gemaakt over onze eigen ambities: de profiel- en prestatieafspraken. De HvA is kort geleden beoordeeld door de Reviewcommissie onder leiding van hogeronderwijsexpert Frans van Vught. De commissie heeft getoetst of de instellingen voor hoger onderwijs de afspraken die ze vier jaar geleden zijn aangegaan ook hebben waargemaakt. Die afspraken waren voor de HvA uiterst ambitieus, zo werd eerder door de commissie gesteld. Nu beoordeelt de commissie het werk van de instelling op alle punten positief. Dit met de kanttekening dat de HvA op het punt van het studiesucces achterblijft bij de gestelde doelen, maar op dit punt wel een duidelijke groei laat zien.

Eind goed al goed

Hier kan ik het blog eindigen: goed gedaan. Ja, dat is zeker zo. Maar,… daarmee zijn we er nog niet. De uitval na het eerste jaar is bij ons te hoog en het studiesucces in de hoofdfase (en dan in het bijzonder het percentage studenten dat de hoofdfase binnen vier jaar met succes afrondt), blijft achter bij wat in de maatschappij van ons verwacht wordt. En er zijn nog wel wat andere uitdagingen te vinden. Wie de feiten gedetailleerd wil weten kan het allemaal nalezen in het jaarverslag 2015; op  bladzijde 73 staat een beknopt overzicht van de doelstellingen, de indicatoren en de resultaten.

Koele rekenmeesters en afstandelijke kritikasters zouden kunnen concluderen dat de HvA het niet goed genoeg doet. Dat is onterecht. Een retorische vraag die in dit verband wel eens gesteld wordt, luidt: Groeit gras sneller als je er aan trekt? Ik noem twee punten.

Mensenwerk

In de eerste plaats is en blijft onderwijs geven en onderwijs krijgen mensenwerk, waarbij ieder van de betrokkenen de eigen leefwereld meeneemt. Je kunt wel heel hard roepen dat alles ‘sneller, meer en beter’ moet, maar dat doet geen recht aan het vakmanschap en de professionaliteit van onze docenten, die samen met de studenten moeten omgaan met voortdurend veranderende omstandigheden. Vakmanschap en professionaliteit betekenen dat achterblijvende succescijfers  een enorme druk leggen op de betrokkenen. Voor die druk hebben ze Den Haag of het College van Bestuur echt niet nodig. De docenten noch de studenten zijn machines waar je alleen maar aan een knop hoeft te draaien om de productie te verhogen. Het zijn ook geen wezens waar stimulus response mechanismen als een dubbeltje erbij of eraf altijd het gewenste resultaat oplevert. Docenten en studenten zijn mensen met ambitie, die in een complexe omgeving (hoge studiekosten, dringende mantelzorg, veranderende baanperspectieven, steeds weer bijgestelde curricula in het voorbereidend onderwijs en de intensiteit van het leven in een metropool) werken om het geambieerde kwaliteitsniveau van een opleiding te bereiken en aan de verwachtingen in de maatschappij te voldoen. Laat dat ook in Den Haag goed doordringen.

Meer dan onderwijsrendement

En dan het tweede punt. De meetlat die wordt gehanteerd om te bepalen of het onderwijs kwalitatief aan de maat is. Het studiesucces bij de HvA is in de afgelopen jaren gestegen. In mijn vorige blog beschreef ik al hoe we het binnen de opleidingen systematisch aanpakken. Respect! Maar we zijn dus nog niet op het niveau dat van ons verwacht wordt. Dat geldt voor alle brede hogescholen in de Randstad. De cruciale vraag is echter of dit enkele feit doorslaggevend is voor de beoordeling van een opleiding of instelling. Wat mij betreft absoluut niet. Wij gaan als HvA voor onze emancipatoire rol in de stad Amsterdam en de omringende regio. We gaan daarmee ook voor een kwaliteitscultuur die op meer berust dan alleen onderwijsrendement. Met handhaving van het eindniveau en de waarde van het diploma poppen andere vragen op. Zijn de studenten tevreden? Hoe worden onze opleidingen beoordeeld bij de externe accreditaties? En hoe doen onze afgestudeerden het op de arbeidsmarkt? Ook die andere drie grootheden houden we permanent in de gaten en indien nodig sturen de professionals bij. We maken er ook jaarlijks een overzicht van. Het meest recente verscheen afgelopen juni: Stand van zaken van het onderwijs HvA. Het beeld dat daaruit naar voren komt is dat we op alle gehanteerde criteria een stijgende lijn te pakken hebben.

Dilemma's

En als ondanks onze eigen maatstaven de maatschappij het anders wil? Sneller, meer en beter op een enkel financieel gedreven criterium. Kan dat? Ik denk dat we onszelf en elkaar voor de gek houden als we verwachten dat er op korte termijn wonderen gebeuren. Is het mogelijk om het hoofdfaserendement te verhogen? Ja, natuurlijk. Door strenger te selecteren in het eerste jaar bijvoorbeeld. Maar dan moeten we ook het maatschappelijk ongewenste gevolg aanvaarden dat te veel jonge mensen buiten de boot vallen. Zou intensivering van het onderwijs helpen? Dat denk ik wel. Maar daar hebben we meer docenten voor nodig. Die kosten geld, terwijl er bij de HvA duizenden studenten studeren die niet meer bekostigd worden door de rijksoverheid. Dit omdat ze óf eerder zonder succes een andere studie volgden óf langer nodig hebben om de opleiding af te ronden. Juist deze groep is gebaat bij intensieve begeleiding bij afstuderen. Maar zonder financiering lukt dat niet.

En zo telt het hoger (beroeps-)onderwijs vele lastige dilemma’s. Bij de HvA krijgen we daar steeds meer grip op. Maar het gras groeit echt niet sneller als er harder aan wordt getrokken. Geef de hogescholen het vertrouwen en de ruimte die zij nodig hebben, zodat zij vertrouwen en ruimte kunnen doorgeven aan docententeams. 

Blog van Huib

Huib de Jong
Auteur:

dhr.  H.M. de Jong (Huib)