Hogeschool van Amsterdam

Centre for Applied Research on Economics & Management

Economie en overmoedig gedrag

Menselijk handelen is niet rationeel

Anders

Essay door Willem Landman in het FD van zaterdag 16 februari 2013.

'De wetenschap der economie houdt zich bezig met het doen van voorspellingen. Politici en managers willen weten wat de uitkomst van hun beleid kan zijn of welke risico’s zij daarbij lopen. Daarbij maken economen gebruik van modellen die de schijn wekken dat de uitkomsten kloppen en worden vervolgens beslissingen genomen die soms desastreuze gevolgen hebben. Langzamerhand wordt duidelijk dat het individuele gedrag en de optelsom daarvan — de markt — niet te voorspellen zijn en dat derhalve risico’s ten gevolge van marktontwikkeling eveneens onvoorspelbaar zijn. Dit inzicht dringt nauwelijks door in de financiële sector. De complexiteit van de modellen en het ongebreidelde geloof daarin wekken de illusie dat men goed voorbereid ten strijde trekt. De achterliggende uitgangspunten kloppen echter niet en ten gevolge daarvan worden we telkens geconfronteerd met de ene na de andere crisis. Hoe is deze manier van ­denken ontstaan? Tot halverwege de 17de eeuw was het oordeel over hetgeen de mens overkwam dat dit de wil van God was. Onder invloed van de verlichting begint in die tijd de idee te ontstaan dat er weliswaar een God is, maar dat de mens een groot deel van zijn lot zelf in handen heeft. Naast de zich op dat moment in hoog tempo ontwikkelende natuurwetenschappen beginnen wetenschappers te experimenteren met wat dan nog kansberekening heet. Cardano, Huygens, Newton en Pascal, zij allen houden zich bezig met de kansvraag. Pas in de 18de eeuw verandert de vraagstelling. Niet zozeer staat dan de kans centraal, maar het risico, zoals beschreven door Bernouilli in Specimen Theoriae Novae de Mensura Sortis (Nieuwe theorie over de berekening van risico): ‘Ieder mens heeft een unieke set waarden en handelt daarnaar. Het nut van iets is afhankelijk van de specifieke omstandigheden van een mens die een schatting maakt van het risico dat hij gaat lopen. Er is geen reden om te veronderstellen dat het risico waarop door mensen wordt geanticipeerd voor iedereen hetzelfde is.’ Wiskundigen als De Moivre en Gauss ontwikkelen vervolgens met waarschijnlijkheidsberekeningen en de theorie van de normale verdeling, de idee dat bepaalde gevolgen te voorspellen zijn. Deze in de natuurwetenschap in hoge mate geldende wetmatigheden worden later getransponeerd naar een gedragswetenschap bij uitstek: de economische wetenschap. Alhoewel een van de grootste economen aller tijden, Keynes, uitvoerig gebruikmaakt van wiskundige modellen stelt hij zelf: ‘There is little likelihood of our discovering a method of recognizing particular probabilities, without any assistance whatever from intuition or direct judgment… A proposition is not probable because we think it so.’ Nobelprijswinnaar Samuelson schreef over de in de economie gebruikte methoden: ‘It may be pointed out that this is essentially the method of thermodynamics, which can be regarded as a purely deductive science based upon certain postulates.’ En Andrew Lo, hoog­leraar aan MIT, stelt: ‘Conservation laws, symmetry and isotropic nature of space are powerful ideas in physics that simply do not have exact counterparts in economics. A purely deductive ­approach may not always be appropriate for ­economic analysis.’ Menselijk gedrag beïnvloedt de werkelijkheid, maar ideeën omtrent de werkelijkheid bepalen tevens het gedrag. Het idee dat de ­wereld plat zou zijn heeft eeuwen lang het gedrag van mensen bepaald: je ging niet te ver van huis, want je liep het risico dat je van de aarde af viel. Bepaling van het mogelijk risico dat men loopt, vindt dus plaats op grond van een vooronderstelling, die in de economie luidt dat het menselijk gedrag rationeel is. Hiervan uitgaande is het mogelijk om met behulp van statistische grootheden, op grond van ervaringen uit het verleden, voorspellingen te doen over de toekomst. Op grond van voortschrijdend inzicht komen in het bijzonder gedragseconomen tot de conclusie dat het menselijk handelen allesbehalve rationeel is. Maar de behoefte van economen om net zoals in de natuurwetenschappen met meetbare bewijzen te komen, leidt ertoe dat uitgaande van deze vooronderstelling omtrent het menselijke rationele gedrag modellen werden ontwikkeld die doorgaans zo complex zijn dat kritiek vaak wordt gepareerd met het verwijt van onwetendheid aan de kant van de critici. In de afgelopen decennia zijn financiële instellingen in grote problemen gekomen en ten onder gegaan ten gevolge van producten en constructies waarvan zij meenden dat het risico modelmatig te berekenen viel. Opvallend is dat de kennis van wetenschappers als Taleb, die de kwetsbaarheid van statistische methoden waarmee risico’s voorspeld worden aantoonde, door bijna alle bankiers (die ik interviewde voor een onderzoek van mij) wordt genoemd als een bron van hun beeldvorming over risico. Gevraagd in hoeverre deze kennis vertaald wordt in maatregelen moeten zij het antwoord schuldig blijven. Weinig van wat wetenschappers ontwikkelen wordt overgenomen in de financiële sector. Men blijft doorgaan op de oude voet. Het besef, en het niet willen toegeven aan dit besef, dat risico’s van financiële producten niet kwantificeerbaar zijn, heeft te maken met de cultuur in de financiële wereld en de attitude jegens de klant. Oud-topman Jan Timmer van Philips liet zich recentelijk uit over de achtergronden van deze attitude: ‘De ongelofelijke arrogantie van de mens die meent dat hij de ­wereld rondom hem heen kan beheersen!’ Het overmoedige gedrag en de daaruit voorkomende zinloze financiële producten die de financiële sector in de laatste decennia ontwikkelde, brengen niet alleen de sector zelf in gevaar, maar vormen een continue bedreiging voor de wereldeconomie. De arrogantie waarover Timmer spreekt dient plaats te maken voor het besef dat wij deel uitmaken van een grotere economische constellatie waarop wij als individuele actoren niet of nauwelijks invloed hebben. George Möller, verantwoordelijk voor de leergang Financiële Ethiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, stelt: ‘De mannen en vrouwen die achter de knoppen zitten, hebben zichtbaar moeite hun morele kompas te synchroniseren met de schaal van de operatie waar ze verantwoordelijk voor zijn.’ Natuurlijk kan meer toezicht en het opsplitsen van banken leiden tot een beperking van het risico dat de economie loopt, maar al deze maatregelen kunnen uiteindelijk niet leiden tot een verandering van de cultuur en attitude in de ­financiële sector. Zowel in de leiding als in de onderliggende lagen vindt zogenoemde culturele coöptatie plaats: alleen mensen die eenzelfde attitude hebben als de heersende komen in aanmerking voor een baan, met alle gevolgen voor de wijze waarop de klant wordt behandeld. Tijdens de verhoren over de kredietcrisis door een Senaatscommissie in de VS werd aan een topman van Goldman Sachs een uitgelekte e-mail voorgelegd waarin door een medewerker denigrerend over klanten werd gesproken. Gevraagd werd wat hij van die mail vond. Hij antwoordde: ‘Het spijt mij dat deze mail naar buiten is gekomen.’ De voorzitter keek verbaasd en stelde hem de vraag : ‘Dat is het? Het spijt u dat hij naar buiten is gekomen?’ De topman voelde aan dat er meer van hem werd gevraagd: ‘O ja, en het had nooit in een e-mail mogen worden gezet.’ De verbijsterde voorzitter gaf hem nu een voorzet: ‘Vindt u het niet van groter belang dat sowieso zo niet over klanten gesproken mag worden in uw onder­neming?’ De bankier keek verbaasd en zei: ‘Ja, dat ook natuurlijk.’ En dus is de grootste uitdaging waarvoor de financiële sector staat: werken aan een attitude die Adam Smith reeds beschreef in zijn Theory of Moral Sentiments als ‘prudence’. Individueel gedrag en de optelsom daarvan — de markt — zijn niet te voorspellen. Arrogantie moet plaatsmaken voor het besef dat wij deel zijn van een grotere economische constellatie waarop wij als individuen niet of nauwelijks invloed hebben. '

Willem Landman

De auteur Willem Landman is docent Behavioral Finance /Beleggingsadvies aan de Hogeschool van Amsterdam, promovendus aan Nyenrode en onderzoeker bij het CAREM Lectoraat ‘ Nieuw Economisch Leiderschap’.

Referentie Landman, W. (2013). Economie en overmoedig gedrag. Het Financiële Dagblad, 16 februari 2013, p. 33
Gepubliceerd door  CAREM 16 februari 2013