Hogeschool van Amsterdam

Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie

Amsterdam investeert in onderzoek naar effectieve jeugdzorg

Kennisuitwisseling, onderzoek en onderwijsvernieuwing nodig voor transformatie jeugdzorg

17 dec 2015 12:07 | AKMI

Sinds 1 januari 2015 is de gemeente Amsterdam verantwoordelijk voor de jeugdhulp. Samen met instellingen voor jeugdhulp is een nieuw jeugdstelsel ingericht, waarbij ouders en kinderen met vragen over opgroeien en opvoeden laagdrempelig, dicht bij huis en snel effectieve hulp kunnen krijgen. Om een echte omslag in denken en handelen tot stand te brengen is kennisuitwisseling, onderzoek naar wat werkt en onderwijsvernieuwing essentieel.

De gemeente Amsterdam investeert daarom in een vierjarig programma waarin partners vanuit praktijk, beleid, wetenschap en onderwijs samenwerken aan kwaliteit en effectiviteit van de zorg voor jeugd. Dat gebeurt onder de vlag van Netwerk Effectief Jeugdstelsel Amsterdam (NEJA). Op 19 november is het programma met een feestelijke bijeenkomst van start gegaan.

Onderzoeksprogramma

De decentralisatie van de zorg voor jeugd, en ook de andere decentralisaties in het sociale domein brengen veel nieuwe kennisvragen met zich mee voor de stad. Daarom heeft de gemeente Amsterdam ervoor gekozen om (effect)onderzoek te verbinden aan het nieuwe jeugdstelsel in Amsterdam, in relatie tot het brede sociale domein.

Centrale vraag van het onderzoeksprogramma is: hoe effectief is het nieuwe stelsel van de zorg voor jeugd in Amsterdam? Is de basiszorg jeugd effectief, zijn de specialistische interventies effectief, hoe kan het professioneel handelen worden onderbouwd met wetenschappelijke kennis en ervaringskennis van de professionals zelf, hoe is te voorkomen dat problemen van generatie op generatie worden overgedragen en hoe creëren we een veilig pedagogisch klimaat in (pleeg)gezinnen en voorzieningen. Het thema veiligheid komt bij alle onderdelen van het onderzoeksprogramma aan de orde.
De uitkomsten moeten praktisch toepasbaar zijn en maatschappelijke relevant zijn, zodat vooral de opgroeiende jeugd en hun ouders er profijt van hebben. Ook worden de uitkomsten gebruikt voor onderwijsvernieuwing, zodat de opleidingen aansluiten bij de nieuwe praktijk.

Organisatie

Het onderzoeksprogramma wordt uitgevoerd onder de vlag van het NEJA (Netwerk Effectief Jeugdstelsel Amsterdam), in nauwe samenwerking met KeTJA (Kenniswerkplaats Transformatie Jeugd Amsterdam). De deelnemers aan NEJA en KeTJA zijn: de praktijkinstellingen voor preventie en jeugdhulp, waaronder de Ouder- en Kindteams en de Samen DOEN-teams, de GGD, de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit, de Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool Inholland, het Kohnstamm Instituut, het Verwey-Jonker Instituut, het Jeugdplatform en de gemeente Amsterdam.
De gemeente Amsterdam draagt jaarlijks 500.000 bij aan NEJA. KeTJA verwierf een subsidie van de landelijke organisatie ZonMw. Aanvullend moeten onderzoeksubsidies worden geworven.