Hogeschool van Amsterdam

Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie

Tussenstand Wie Helpt de Hulpverlener

Nieuwsbrief Wie Helpt De Hulpverlener? - december 2014

1 dec 2014 14:47 | AKMI

Het project Wie helpt de hulpverlener? loopt alweer bijna twee jaar! Wat is er het afgelopen jaar gebeurd? Hieronder kunt u lezen wat de onderzoeksgroep en de ontwikkelgroep het afgelopen jaar allemaal gedaan hebben.

Tussenstand onderzoeksgroep

De onderzoeksgroep heeft het eerste deelproject (over de vraag hoe de ondersteuning van medewerkers in de beide jeugdzorginstellingen er uit ziet, wat de ervaringen daarmee zijn en welke wensen jeugdzorgwerkers op dit punt hebben) afgerond en op basis daarvan deelrapport 1 geschreven. De uitkomsten waren erg interessant. Zo werd onder meer duidelijk dat structureel leren op de werkvloer aan de hand van gestructureerde feedback op het handelen, nog geen dagelijkse praktijk is.

Daarnaast is de onderzoeksgroep druk bezig met het tweede deelproject (over de vraag op welke manier professionals ondersteund worden in twaalf voorbeeldpraktijken). Voor dit deelproject is er een inhoudsanalyse uitgevoerd over de handleidingen van twaalf evidence based interventies gericht op jeugdigen met gedragsproblemen en hun gezinnen en zijn er interviews afgenomen met ontwikkelaars, supervisors en uitvoerders van deze interventies.

Op dit moment wordt alle informatie uit de handleidingen en interviews geanalyseerd. Hierbij ligt de focus op wat hieruit geleerd kan worden om de ondersteuning-op-de-werkvloer in de jeugdzorgpraktijk verder te ontwikkelen. Hiervoor worden verschillende zaken bekeken, onder andere welke instrumenten de twaalf evidence based interventies gebruiken in hun ondersteuning, hoe die worden ingezet en hoe dat wordt ervaren.

Om alvast een voorproefje te geven van één van de (voorlopige) uitkomsten: er is in de analyse van de interviews een onderscheid gevonden tussen algemene en specifieke vaardigheden bij trainers. Algemene vaardigheden zijn vaardigheden die iedere trainer nodig heeft om een training te kunnen geven, bijvoorbeeld activerend, motiverend en enthousiasmerend optreden.

Specifieke vaardigheden zijn vaardigheden die nodig zijn om de kernelementen van deze specifieke training uit te voeren, bijvoorbeeld het inzetten van een cognitief gedragstherapeutische oefening. Uit de interviews blijkt dat met name de algemene vaardigheden lastig zijn om aan te leren. Een opleider vertelt hierover:

“Die [specifieke] vaardigheden kan in principe iedereen aanleren. Want in de handleiding staat alles in stapjes opgeschreven en als je die uit je hoofd leert dan kan je die training doen. Maar het gaat heel erg om die basishouding [algemene vaardigheden]. Het gaat erom dat je op die manier iets met die jongere doet dat hij er iets aan heeft en dat hij het kan toepassen in zijn eigen leven. Dus dat het ook past bij zijn ontwikkelingsniveau en bij de behoeftes die hij heeft. Ik denk dat dat voor veel mensen wel lastig is. En bijvoorbeeld dat motiveren [van jongeren] is daar heel belangrijk bij.”

De onderzoeksgroep werkt onder andere uit  hoe de evidence based interventies ervoor proberen te zorgen dat de trainers deze algemene vaardigheden onder de knie krijgen om hiervan te leren.

Ook is er een literatuurreview uitgevoerd over effectieve ondersteuningsvormen. De kennis die deze literatuurreview heeft opgeleverd, wordt door de onderzoeksgroep gebruikt om te kijken of de onderzoeksresultaten van de drie deelprojecten aansluiten bij kennis uit de literatuur en wordt door de ontwikkelgroep gebruikt bij het ontwikkelen van de instrumenten. Het artikel van de literatuurreview over effectieve ondersteuningsvormen wordt gepubliceerd in een special issue van het tijdschrift Research on Social Work Practice!

Tenslotte is Pauline Goense afgelopen zomer voor werkzaamheden naar Australië afgereisd. Daar heeft ze onder andere met andere onderzoekers en jeugdzorgwerkers kennis uitgewisseld die binnen dit project is opgedaan. Ook heeft ze op een internationaal congres in Sydney gepresenteerd over het hoe en wat van het meten van behandelintegriteit.

Tussenstand ontwikkelgroep 

De ontwikkelgroep is druk bezig om de bevindingen van de onderzoeksgroep toepasbaar te maken in de praktijk. Uit het onderzoek is onder andere naar voren gekomen dat een effectief element in de ondersteuning van jeugdzorgwerkers bestaat uit het krijgen van feedback over behandelintegriteit. Dat wil zeggen: door samen met jeugdzorgwerkers te kijken of zij een interventie uitvoeren zoals deze is bedoeld. Feedback geven op basis van videobeelden, ook wel videofeedback, kan hier een goed handvat bij zijn.

Als eerste heeft de ontwikkelgroep daarom informatie verzameld over hoe videofeedback kan worden gegeven, welke manieren hiervoor bestaan en wat de ervaringen hiermee zijn. Leden van de ontwikkelgroep met veel ervaring met Video Home Training en Video Interactie Begeleiding hebben presentaties gehouden en er is door de ontwikkelgroep binnen eigen teams geoefend met het gebruik van videofeedback.

Daarnaast heeft de ontwikkelgroep gediscussieerd over het belang van behandelintegriteit en het gebruik van videofeedback in de praktijk. Hiervoor hebben de leden van de ontwikkelgroep elkaar geïnterviewd vanuit hun verschillende rollen. Uit de interviews kwam naar voren dat feedback krijgen op behandelintegriteit belangrijk is, met name als het gaat om de uitvoering van vaardigheden die voor alle jeugdzorgwerkers relevant zijn.

Videobeelden kunnen hier volgens onderzoekers, ontwikkelaars, supervisors en jeugdzorgwerkers goed bij gebruikt worden. Videofeedback is zodoende een geschikt instrument om in te zetten ter ondersteuning van jeugdzorgwerkers bij de uitvoering van interventies. De belangrijkste voorwaarde hierbij is dat videofeedback wordt ingezet om van te leren en niet om jeugdzorgwerkers te beoordelen.

De ontwikkelgroep neemt alle bevindingen mee bij het ontwikkelen van instrumenten die het voor jeugdzorgwerkers direct mogelijk maakt om aan de slag te gaan met videofeedback. Zo wordt er een boekje ontwikkeld waarin wordt uitgelegd hoe videofeedback kan worden gegeven, wordt er een instructievideo gemaakt over hoe een jeugdzorgwerker goede video-opnames kan maken en wordt er hard gewerkt aan een concrete uitwerking van de meest belangrijke (algemene) vaardigheden voor jeugdzorgwerkers die gebruikt kunnen worden bij het geven van videofeedback. De verwachting is dat al deze producten in maart 2015 klaar voor gebruik zullen zijn.

Nieuwsbrief

Dit bericht maakt deel uit van de Nieuwsbrief Wie Helpt de Hulpverlener - november 2014. Andere berichten uit deze nieuwsbrief:

Kijk voor meer informatie op de website van Wie Helpt de Hulpverlener of neem contact op met Pauline Goense, p.b.goense@hva.nl