Hogeschool van Amsterdam

Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie

Interviews binnen de ontwikkelgroep

Nieuwsbrief Wie Helpt De Hulpverlener? - december 2014

1 dec 2014 14:46 | AKMI

Hoe belangrijk is het begrip behandelintegriteit in de praktijk? Waarom is videofeedback een nuttig instrument, wat zijn de ervaringen hiermee en wat is er allemaal voor nodig? Over deze vragen hebben de leden van de ontwikkelgroep elkaar geïnterviewd vanuit hun rol als jeugdzorgwerker, supervisor, ontwikkelaar en onderzoeker.

Behandelintegriteit en videofeedback

Pauline Goense is als onderzoeker veel bezig met het belang van behandelintegriteit. Behandelintegriteit gaat over de effectiviteit van hulpverlening, legt ze uit. Een interventie bestaat altijd uit bepaalde kernelementen die maken dat de interventie werkt. Wanneer er wordt gekeken of een jeugdzorgwerker behandelinteger werkt, wordt er gekeken of de kernelementen van de interventie adequaat worden ingezet. De vraag is hoe je jeugdzorgwerkers kunt stimuleren om de kernelementen uit te voeren.

Vanuit de literatuur komt naar voren dat videofeedback daarbij kan helpen. Je kunt aan de hand van videobeelden zowel inzichtelijk maken of een jeugdzorgwerker de kernelementen uitvoert, als feedback geven op de wijze waarop de kernelementen uitgevoerd worden. Daarnaast kan informatie over behandelintegriteit gebruikt worden door de ontwikkelaars van de interventie om de interventie te verbeteren en geeft het inzicht in de elementen van een interventie die samenhangen met de uitkomsten bij een cliënt.

Ook Leonieke Boendermaker onderstreept als onderzoeker het belang van behandelintegriteit en videofeedback. Door middel van beelden kan je inzichtelijk maken of een interventie goed wordt uitgevoerd, of het effect dat je beoogt met de interventie daadwerkelijk wordt bereikt. Dat levert uiteindelijk betere uitkomsten voor cliënten op. Maar Leonieke verwacht hiernaast ook betere uitkomsten voor jeugdzorgwerkers: “ Ik denk dat jeugdzorgwerkers meer tevreden zullen zijn over hun werk als ze dit soort dingen vaak op deze manier bespreken, omdat zij zich goed ondersteund voelen bij de uitvoering van hun taak”.

Als medeontwikkelaar van de interventie Move2Learn van  Spirit denkt Tanja van Tol net als Pauline en Leonieke dat het belangrijk is dat een interventie goed wordt uitgevoerd en dat videofeedback een hulpmiddel kan zijn om jeugdzorgwerkers te ondersteunen bij de uitvoering van interventies.

Rick Sijm, trainer en ouder- en kindadviseur bij Altra, gelooft ook dat videofeedback nuttig kan zijn om te kijken of een interventie goed wordt uitgevoerd. Rick denkt dat het waardevol is dat je op videobeelden het effect van de acties van de jeugdzorgwerker op de cliënten terug kunt zien. Je kunt dan kijken wat er goed werkt en wat minder goed aansluit en daar de volgende keer iets mee doen. Op die manier kan je jezelf als jeugdzorgwerker ontwikkelen.

Volgens Rick hebben zowel de cliënten als de jeugdzorgwerkers baat bij videofeedback. De cliënten omdat het de uitvoering van de interventie sterker maakt en de jeugdzorgwerkers onder andere doordat zij op deze manier van hun collega’s kunnen leren. “ Ik werk bijvoorbeeld in een solofunctie waardoor ik veel alleen werk. Als je dan aan de hand van videobeelden kunt zien wat je collega’s doen, kan dat, denk ik, heel leerzaam zijn”, licht Rick toe.

Op de vraag of video-opnames ook ingezet zouden kunnen worden als beoordeling antwoordt Rick dat dit mogelijk is, maar dat hij het veel minder prettig zou vinden om zichzelf te filmen als het enkel bedoeld is voor een beoordeling.  Leonieke wil graag weten waarom, waarop hij antwoordt: “ Omdat dan op beeld vastligt dat je het dus blijkbaar niet goed doet”. “ Of dat je het goed doet”, vult Leonieke aan. Rick licht toe: “ Ja, dat kan ook. Maar dat is de angst die je hebt, dat het ook helemaal niet goed kan zijn en dat je daar dan op afgerekend wordt. Terwijl je met de beste intenties je werk aan het doen bent”.

Volgens Rick hangt het dus af van wat je als organisatie met de uitkomsten doet. Wat gebeurt er met een beoordeling, word je er op veroordeeld of ga je er mee aan de slag om het beter te doen? Leonieke is het hier mee eens. Zij legt uit dat zij als onderzoeker nooit het doel heeft om een instrument te ontwikkelen waar mensen puur mee worden beoordeeld, maar dat de bedoeling van het meten van behandelintegriteit is om te onderzoeken wat er in de praktijk verbeterd kan worden.

Tanja, naast ontwikkelaar tevens trainer, vult aan dat het ook voor haar als jeugdzorgwerker een minpunt zou kunnen zijn als video-opnames puur ter beoordeling worden gebruikt. Maar, zegt zij, dat is ook heel gemakkelijk te ondervangen door het niet op die manier vorm te geven.

Algemene en specifieke kernelementen

De kernelementen die zo belangrijk zijn voor het begrip behandelintegriteit kunnen grofweg worden opgesplitst in twee soorten: specifieke kernelementen en algemene kernelementen (ook wel specifieke en algemene vaardigheden genoemd). Specifieke kernelementen betreffen elementen uit de interventie zelf, algemene kernelementen gaan over vaardigheden die voor elke jeugdzorgwerker van belang zijn, ongeacht de interventie die ze uitvoeren.

In de bijeenkomsten van de ontwikkelgroep wordt regelmatig gediscussieerd over de vraag welke kernelementen belangrijker zijn. Uit deze bijeenkomsten is naar voren gekomen dat algemene kernelementen als belangrijker worden beschouwd. Dit is ook in de interviews besproken: “ Het belangrijkste aspect van een goede training geven, begint bij jezelf en de basiscommunicatie en jouw houding. Je kunt prachtige mooie opdrachten en ontwikkelde werkvormen hebben, maar als jouw basiscommunicatie niet goed is dan gaat de interventie niet het gewenste effect hebben”, aldus Tanja.

Videofeedback zou jeugdzorgwerkers volgens haar het beste kunnen ondersteunen door naar de algemene kernelementen te kijken. Myrna Bosman, jeugdzorgwerker bij Altra, is het hiermee eens, maar denkt wel dat dit voor beginnende jeugdzorgwerkers anders kan liggen omdat zij vooral bezig zijn met het uitvoeren van de technieken. Voor beginnende jeugdzorgwerkers kan het zodoende ook nuttig zijn om naar specifieke kernelementen te kijken aan de hand van videobeelden.

Ervaringen met videofeedback

Verschillende leden van de ontwikkelgroep hebben ervaring met het geven van Video Home Training of Video Interactie Begeleiding. Vooral deze laatste interventie lijkt veel op videofeedback omdat hij ook ter bevordering van de deskundigheid van de jeugdzorgwerker kan worden ingezet.

Zo geeft Janneke Vaessen bij Spirit Video Interactie Begeleiding aan jeugdzorgwerkers en andere professionals. Zij vertelt over haar ervaringen hiermee en legt uit dat zij jeugdzorgwerkers videobeelden laat zien en vervolgens op een zodanige manier vragen stelt dat zij zichzelf als het ware feedback geven. Geslaagde momenten vormen hierbij altijd het uitgangspunt.

Ze kiest doorgaans een fragment waarop bijna alles lukt om vanuit daar te kijken naar wat goed gaat, hoe dit uitgebreid kan worden en wat er misschien extra ingezet kan worden. “ Ik laat expres goede momenten zien, daar gaan ze zo van stralen, dat is zo mooi. En vanuit die basis kan je dan ook naar wat moeilijkere momenten kijken”. Er hoeft niet iets mis te zijn voordat videofeedback ingezet kan worden. Ook als het goed gaat en nergens vragen over zijn, valt er volgens Janneke altijd wel iets te halen.

Myrna heeft ook ervaring met het terugkijken van videobeelden. Zij ziet het nut van videofeedback zeker in. Op de vraag waarom antwoordt ze: “ Omdat ik uit ervaring weet dat het heel leerzaam is. En dat je eigenlijk altijd geïnspireerd raakt van het kijken naar beelden”. Dit komt volgens haar vooral doordat je op videobeelden terugziet dat de elementen uit de interventie effect hebben op de cliënten. Daarbij gaat het er ook om hoe je deze elementen overbrengt. Je krijg kortom bevestiging dat wat jij doet, werkt.

Daarnaast is een grote meerwaarde van videofeedback volgens haar dat je dit kunt delen met je collega’s. Pauline vraagt haar naar het werken met videobeelden in combinatie met de werkdruk en de caseload: “ Veel mensen zullen misschien denken: dat kost veel tijd en moeite. Wat is jouw ervaring daarmee?”. Myrna antwoordt: “ Dat dat wel meevalt, vroeger niet, toen moest ik een hele koffer mee. Maar nu past m’n cameraatje makkelijk in mijn tas”.

Talla Rouzrokh is jeugdzorgwerker bij Altra. Tijdens Video Home Training gebruikt zij videobeelden om de basiscommunicatie bij ouders te bekrachtigen. Het op een soortgelijke manier werken met videofeedback ter bevordering van de behandelintegriteit van jeugdzorgwerkers lijkt haar nuttig. “ Bij een interventie is het gevaar dat je, doordat je er constant mee bezig bent, de kernelementen verliest. Dus het is goed dat je daar feedback op krijgt van een collega of supervisor. Bij videofeedback gaat het naar mijn idee om 1) het delen van succesvolle ervaringen met collega’s, 2) het antwoord krijgen op je vragen en 3) dat je de interventie bijhoudt/onderhoudt. Het geldt als een soort feedback- of reflectiemoment”. Net als bij Janneke zijn ook voor Talla geslaagde momenten het uitgangspunt: wat doet de jeugdzorgwerker goed en hoe kan dit uitgebreid worden.

Wat is er nodig voor videofeedback?

Een laatste veel besproken onderwerp tijdens de interviews binnen de ontwikkelgroep betreft de vraag wat er allemaal nodig is voor videofeedback. Volgens Leonieke is dit veel meer dan wat iedereen nu denkt en doet. Het begint bij de organisatie. Er is tijd en geld nodig om videofeedback te kunnen uitvoeren. Zij denkt dat de registratiepunten die door jeugdzorgwerkers behaald moeten worden op het gebied van scholing en reflectie hier een rol in kunnen spelen.

Daarnaast is het nodig dat er binnen een organisatie op een andere manier wordt gesproken over hoe dingen gaan. Er moet niet alleen gekeken worden of interventies goed worden uitgevoerd, er moet ook gekeken worden of organisaties tevreden zijn met de resultaten die ze behalen en wat ze anders zouden kunnen doen. “ Dat je dus niet alleen kijkt naar hoe medewerker X en Y het in hun eentje uitvoeren, maar ook als team kijkt naar de uitkomsten. Het moet wat mij betreft ingebed zijn in een grotere cyclus van kijken: hoe doen we dit?”.

Ook Tanja denkt dat de organisatie verantwoordelijk is voor het zorgen voor intervisie en supervisie waarbinnen videofeedback een plek zou kunnen krijgen. Myrna is het hier mee eens: “ Juist borging in het systeem, dat het een plek krijgt, is heel belangrijk”.

Naast de organisatie spelen ook de jeugdzorgwerkers zelf een belangrijke rol bij de implementatie van videofeedback. Zij moeten er mee willen werken, inzien dat het nuttig is en in een soort lerende houding zien te komen. Volgens Talla is het belangrijk dat jeugdzorgwerkers het gevoel hebben dat videofeedbackbijeenkomsten toegevoegde waarde gaan hebben voor de hulpverlening. Bij de introductie van videofeedback, bijvoorbeeld door een supervisor, is belangrijk dat de jeugdzorgwerker inziet dat het hem of haar gaat helpen, iets oplevert. Dit kan extra motiveren.

De vraag wat jeugdzorgwerker zou kunnen belemmeren om ermee aan de slag te gaan, brengt Leonieke terug op het onderwerp beoordeling: “ Wanneer het wordt gebruikt als beoordeling waar geen lerend vervolg aan wordt gegeven. Je moet wel de kans krijgen om jezelf te verbeteren, dus dat soort garanties moeten er zijn”.

Daarnaast zou tijd voor veel jeugdzorgwerkers een belangrijke belemmering kunnen vormen. Voor het maken van opnames en het voorbereiden van videofeedbackbijeenkomst is doorgaans geen tijd. Volgens Leonieke is dit een van de allergrootste struikelblokken: “ Iedereen heeft het zo druk op het moment, nu nog erger dan altijd. Dus er is niet echt een gevoel van: laat mij eens lekker leren. Het is nu eerst: laat mij overleven in mijn werk”.

Tanja denkt dat het de taak van de organisatie is om tijd vrij te maken voor videofeedback: “ Dat betekent dat als een training, ik zeg maar wat, 30 uur kost, dat hij in de praktijk 34 uur gaat kosten, omdat je een aantal uren beschikbaar stelt voor de begeleiding en de ondersteuning”.

Leonieke denkt dat het verder nodig is dat er mensen zijn die goed feedback kunnen geven en veel van de interventie in kwestie afweten. Rick denkt dat het zeker nodig is om de beelden samen met iemand terug te kijken die vragen kan stellen, die iets weet over de interventie en kan meedenken over de dingen die je moeilijk vindt. Idealiter is deze persoon een ervaren supervisor, maar hij betwijfelt of dit realistisch is. Een collega lijkt hem daarom ook geschikt.

Wat betreft praktische zaken denken Tanja en Rick dat de organisatie moet zorgen voor videomateriaal van goede kwaliteit. Bovendien moeten de jeugdzorgwerkers weten hoe te filmen. En voordat er met videofeedback gewerkt kan worden, besluit Pauline, is het nodig om te weten wat de kernelementen van een interventie zijn, waar de interventie uit bestaat. Alleen dan kan je dit met video goed in beeld brengen en is het mogelijk om feedback te geven.

Conclusie en vervolg

Kortom, feedback krijgen op behandelintegriteit is belangrijk, met name als het gaat om de uitvoering van kernelementen die voor alle jeugdzorgwerkers relevant zijn. Videobeelden kunnen hier volgens onderzoekers, ontwikkelaars, supervisors en jeugdzorgwerkers goed bij gebruikt worden. Videofeedback is zodoende een geschikt instrument om in te zetten ter ondersteuning van jeugdzorgwerkers bij de uitvoering van interventies.

De belangrijkste voorwaarde hierbij is dat videofeedback wordt ingezet om van te leren en niet om jeugdzorgwerkers te beoordelen. De ontwikkelgroep neemt al deze bevindingen mee bij het ontwikkelen van instrumenten die het voor jeugdzorgwerkers en supervisors direct mogelijk maken om aan de slag te gaan met videofeedback.

Zo wordt er een draaiboek ontwikkeld waarin wordt uitgelegd hoe videofeedback kan worden gegeven, wordt er een instructievideo gemaakt over hoe een jeugdzorgwerker goede video-opnames kan maken en wordt er hard gewerkt aan een concrete uitwerking van de meest belangrijke (algemene) kernelementen voor jeugdzorgwerkers die gebruikt kunnen worden bij het geven van videofeedback. De verwachting is dat al deze producten in maart 2015 klaar voor gebruik zullen zijn.

Ontwikkelgroep

Ontwikkelgroep Wie Helpt de Hulpverlener

Nieuwsbrief

Dit bericht maakt deel uit van de Nieuwsbrief Wie Helpt de Hulpverlener - november 2014. Andere berichten uit deze nieuwsbrief:

Kijk voor meer informatie op de website van  Wie Helpt de Hulpverlener of neem contact op met Pauline Goense,  p.b.goense@hva.nl