Hogeschool van Amsterdam

Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie

Onderzoeksvaardigheden

Cursus

Doel van de cursus Onderzoeksvaardigheden is het zelfstandig kunnen verrichten van onderzoek ten behoeve van de beroepspraktijk. De kern van praktijkgericht onderzoek is het genereren van kennis die behulpzaam is bij het nemen van een beslissing over een praktijkprobleem waar de organisatie mee worstelt.

MLM_groot
Naam cursus: Onderzoeksvaardigheden
Onderwijsinstituut: Hogeschool van Amsterdam
Onderdeel van: Master Legal Management
Periode: September - november 2015, zeven weken
Tijdstip: Donderdagavond, 20.00 - 21.30 uur
Toetsvorm: Eindopdracht
Studiebelasting: 112 uur
Kosten: € 1.200,-

Een kenmerk van een praktijkprobleem is dat zich daarbij altijd twee problemen gelijktijdig voordoen. Dat bemoeilijkt het nemen van een kwaliteitsbeslissing ernstig. Gelijktijdig zien we het probleem zelf (het zogenaamde handelingsprobleem) en het probleem dat men niet weet hoe het probleem op te lossen (het zogenaamde kennisprobleem). Men kan het handelingsprobleem niet oplossen, eenvoudig omdat men niet weet hoe. Het kan zijn dat men het probleem nog niet goed kent of vindt, dat het nog niet helder is, of dat het probleem wel helder is, maar niet precies weet waardoor het veroorzaakt wordt. Het komt ook voor dat dat allemaal wel bekend is maar het moeilijk is een rationele oplossing te kiezen. Bijvoorbeeld omdat men geen oplossingen kent of de voor- en nadelen daarvan niet goed kan ordenen. Het kan ook zijn dat men niet weet welke te kiezen omdat (nog) niet bekend is wat stakeholders voor ideeën hebben of prefereren. Als dit alles wel helder is, kan het handelingsprobleem zijn hoe die oplossing dan in de organisatie of in de interface tussen de organisatie en stakeholders aangebracht, geïmplementeerd moet worden. Wat is een effectief organisatie-veranderingspad, is het type vragen dat zich aandient.

Praktijkgericht onderzoek is dus het creëren van systematische en rationele kennis die noodzakelijk is om het praktijkprobleem op te kunnen lossen. Te onderzoeken vraagstukken kunnen zich op alle organisatieniveaus en op alle soort vraagstukken voordoen. Men kan zich de vraag stellen waarom onderzoek nog nodig is daar waar juristen uitstekend in staat zijn tot, en veelal uitgebreide ervaring hebben met, rationele besluitvorming. Juristen zijn echter niet opgeleid in bedrijfskundig denken, de belangrijkste aanleiding voor deze opleiding! Managen is over het algemeen niet erg populair onder juristen en de introductie van het managementdenken is in de juridische sector niet eenvoudig.

Juristen zijn, zoals gesteld, geschoold in rationele besluitvorming. Dat doet zich voor op basis van een papieren casus met gebruikmaking van een argumentatieve bewijsvoering vanuit een bepaald discipline-dogma. Management is echter altijd discontinu, complex en onvoorspelbaar. Een argumentatieve bewijsvoering heeft in dergelijke situatie geen waarde en lijkt soms eerder contraproductief: het gaat soms meer om het argumentatieve gelijk. Om in besturings- en managementvraagstukken het nemen van irrationele besluiten te voorkomen – besluiten op grond van emoties, ideologieën of argumenten - moet men kennis nemen van feiten, van waarschijnlijkheden en kansen.

Beslissen in een dergelijke onzekerheid vraagt om een andere manier van verzamelen, ordenen, analyseren van data en conclusies daaruit trekken. Die ‘andere’ manier is te vinden in de research methodologie zoals we die aantreffen in de domeinen bedrijfskundige wetenschappen of meer in het algemeen de sociale wetenschappen (waaronder economische). Zo gezien is praktijkgericht onderzoek te definiëren als het beantwoorden van een gestelde vraag door middel van een systematische en navolgbare manier van kijken, registreren, beschrijven, analyseren, concluderen en rapporteren met als doel een betere grip op de werkelijkheid te verkrijgen en rationele beslissingen te ondersteunen.

  • U kunt een organisatievraagstuk detecteren en op systematische wijze betrokkenen bevragen teneinde dit om te zetten in een te onderzoeken vraagstuk.
  • U kunt een onderszoeksidee omzetten naar een onderzoeksvraag en naar een specifiek onderzoeksdoel op een wijze die voor de probleemhouder transparant is en de methodologie eveneens.
  • U kent de ethische uitgangspunten (zoals vertrouwelijkheid, ruwe data conservering, deelnemersreview) bij onderzoeken en handelt daarnaar. U kent en conformeert zich aan de Gedragscode praktijkgericht onderzoek voor het hbo Gedragscode voor het voorbereiden en uitvoeren van praktijkgericht onderzoek binnen het Hoger Beroepsonderwijs in Nederland (2010).
  • U kunt de hoofdstappen van een methodologische opzet (zoals de conceptuele- en de uitvoerende fases en onderdelen) helder formuleren en toepassen.
  • U heeft kennis van de belangrijkste onderzoeksparadigma’s, onderzoeksstrategieën en de implicaties voor het uit te voeren onderzoek en maakt daaruit een beargumenteerde keuze in relatie tot het onderzoeksdoel.
  • U heeft kennis van de kwalitatieve en de kwantitatieve benadering maakt daaruit een beargumenteerde keuze in relatie tot het onderzoeksdoel.
  • U kunt een eenvoudige steekproef of cases selecteren.
  • U kunt data op een systematische wijze verzamelen, ordenen en analyseren volgens bestaande methodologische principes en technieken.
  • U bent in staat de bevindingen van het onderzoek adequaat naar verschillende doelgroepen te communiceren, in meerdere modaliteiten zoals onderzoeksrapportage, essay, lezing of PowerPoint presentatie.
  • U kunt wetenschappelijke onderzoeksrapporten en artikelen binnen uw expertisegebied (methodologisch) waarderen en toegankelijk maken voor leken of vakgenoten.
  • U kunt een onderzoeksofferte maken en beoordelen.

 

De leerdoelen worden in de handleiding van de cursus per week nader gespecificeerd.

Verplichte literatuur Ontwerp en Methodologie:

  • Saunders, M. N. K., Lewis, P., & Thornhill, A. (2009). Research methods for business students (5th ed.). Harlow: Prentice Hall.
  • Swanborn, P. G. (2003). Case-study's. Wat, wanneer en hoe. Amsterdam: Boom.
  • Baarda, B., & Van Vianen, R. (2011). Basisboek Statistiek met Excel. Handleiding voor het verwerken en analyseren van en rapporteren over (onderzoeks) gegevens. Groningen: Noordhoff Uitgevers.
  • Kil, A. J. (2007). KODANI. Analyse instrument voor kwalitatief onderzoek in Microsoft Excel (Version 2.3 - HvA licentie). http://www.ontwerpenvaneenonderzoek.nl/kodani. Den Haag: Boom Juridische uitgevers

Verplichte ondersteunende artikelen 

  • Colquitt, J. A., & Zapata-Phelan, C. P. (2007). Trends in theory building and theory testing: a five-decade study of the Academy of Management Journal. Academy of Management Journal. 2007, Vol. 50, No. 6, 1281-1303.
  • Corley, K. G., & Gioia, D. A. (2011). Building theory about theory building: what constitutes a theoretical contribution? Academy of Management Review. 2011, Vol. 36, No. 1, 12-32.
  • Dickson, D., Ford, R. C., & Laval, B. (2005). The top ten excuses for bad service (and how to avoid needing them). Organizational Dynamics, Vol. 34, pp. 168–184.
  • Gandossy, R. P., & Salob Freiberg, M. (2009). The measure and method of Law Firm Leadership. Issue 09-12 December 2009. http://www.ioma.com/law.
  • Greenwood, R., Hinings, C. R., & Brown, J. (1990). P2-form. Strategic management: corporate practices in professional partnerships. Academy of Management Journal, Vol. 33, No. 4, 725-755.
  • Huang, P. H., & Swedloff, R. (2008). Authentic Happiness and Meaning at Law Firms. Legal Studies Research Paper Series - SSRN, 16.
  • Hirschhorn, L. (2006). Professionals, authority and group life: a case study of a law firm. Human Resource Management, Vol. 28, pp. 235-252.
  • Sammon, Nagle, & O'Raghallaigh, 2010. Assessing the Theoretical Strength within the Literature Review Process: a Tool for Doctoral Researcher. Paper presented at the Conference on Bridging the Socio-technical Gap in Decision Support Systems: Challenges for the next decade, Amsterdam.
  • Sutton, R. I., & Staw, B. M. (1995). What theory is not. Administrative Science Quarterly, Vol. 40, No. 3, pp. 371-384.Wester, F. (2007).
  • Theorie is meer dan relaties. KWALON - Tijdschrift voor Kwalitatief Onderzoek, jrg. 12, nr. 3, 15-18.
  • Whetten, D. (1989). What constitutes a theoretical contribution? Academy of Management Review, Vol. 14, No. 4, pp. 490-495.

Varia

  • D. Andriessen (red.) (2010). Gedragscode praktijkgericht onderzoek voor het hbo Gedragscode voor het voorbereiden en uitvoeren van praktijkgericht onderzoek binnen het Hoger Beroepsonderwijs in Nederland. Den Haag: HBO-raad.

Aanbevolen literatuur analyseren en rapporteren

  • Boeije, H. (2005). Analyseren in kwalitatief onderzoek. Denken en doen. Amsterdam: Boom.
  • Van Dijk, M. (Ed.). (2010). ACVA Schrijven en presenteren op academisch niveau (2nd ed.). Amsterdam: VU University Press.
  • Nederhoed, P. (1990). Rapporteren met tabellen, grafieken, diagrammen en schema's. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

Zeven werkcolleges gedurende zeven lesweken, anderhalf uur les per week.

De beoordeling van deze cursus bestaat uit verschillende onderdelen:

  • Actieve aanwezigheid en het maken van opdrachten gedurende de cursus zijn voorwaarden voor deelname aan de eindopdracht.
  • Eindopdracht: presentatie van onderzoeksplan ten overstaan van discussiant en docenten (afgerond cijfer 1-10).

 

prof. dr. A.J. Kil

26 juni 2015