Hogeschool van Amsterdam

Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie

Schuldenvrij: de weg naar werk?

Project

Hoe hard gaan mensen op zoek naar werk als een belangrijke belemmering - het hebben van schulden – wordt weggenomen? Het hebben van schulden kan het maatschappelijk participeren flink belemmeren en succesvol re-integreren in de weg staan.

minima (1)

Wat doen mensen als de last van hun schulden door toelating tot de schuldsanering plaats maakt voor de zekerheid van een vast bedrag dat gedurende drie jaar maandelijks betaald moet worden?

Deze vragen raken de kern van het lectoraat: de combinatie van schulddienstverlening en re-integratie. Het niet hebben van werk en het leven in armoede zijn immers voor veel mensen twee kanten van dezelfde medaille. Het lectoraat Armoede en Participatie van de Hogeschool van Amsterdam onderzoekt deze vragen in samenwerking met de Gemeente Amsterdam (DWI) en diens afdeling Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam (GKA), de gemeente Almere en Plangroep in Almere.

Schuldbemiddeling versus schuldsanering

In de schuldsanering wordt er ‘vooraf afgerekend’, waarbij de schuldenaar een vast bedrag per maand moet gaan aflossen gedurende 36 maanden. Bij schuldbemiddeling wordt er ‘achteraf afgerekend’, Gedurende de aflosperiode kan het af te lossen bedrag nog kan veranderen onder invloed van veranderingen in het inkomen. Heeft dit verschil invloed op de motivatie van mensen om werk te zoeken?

Almere

In Almere worden mensen die met problematische schulden te maken hebben en voldoen aan de geldende voorwaarden toegelaten tot de minnelijke schuldregeling. Eventuele extra inkomsten gedurende het traject kunnen leiden tot een hoger aflossingsbedrag zodat de schuldenaar niet alles wat hij/zij extra verdient, kan behouden. De eventuele prikkel om te gaan werken komt hier voort uit de minnelijke regeling zelf en de uitvoering ervan waarin debiteuren geprikkeld worden meer te gaan werken zodat ze meer kunnen aflossen.

Amsterdam

In Amsterdam worden mensen die voldoen aan de geldende voorwaarden, toegelaten tot een saneringstraject. Belangrijk verschil met de manier waarop in de meeste andere gemeenten de minnelijke regeling is vormgegeven (zoals ook in Almere) is dat de GKA vooraf de positie van enig schuldeiser ten opzichte van de klant inneemt en de oorspronkelijke schulden van de desbetreffende schuldeisers voor een bepaald onderling overeengekomen percentage overneemt tegen finale kwijting door de oorspronkelijke schuldeisers. De klant krijgt een schuldenkrediet en lost gedurende 36 maanden af. De GKA heeft hiermee in theorie een prikkel richting klant in handen: extra geld dat deze verdient bovenop het bedrag dat met de GKA is afgesproken om maandelijks af te lossen tijdens het saneringstraject, vloeit niet naar de schuldeiser, maar gaat naar de klant zelf. Werken levert dus (vaak) financieel wat op.

Aanpak

In dit verkennend onderzoek willen wij de volgende centrale vraag beantwoorden.

Wat is de invloed van enerzijds het doorlopen van een zogenaamde minnelijke schuldregeling via een saneringstraject bij de GKA en anderzijds het doorlopen van een minnelijke schuldregeling in Almere op het zoeken en vinden van werk door WWB-gerechtigden en welke verschillen zijn er tussen beide situaties?

De onderzoeksvraag willen we op twee manieren onderzoeken: 

  1. Door middel van een analyse van bestanden (van de sociale dienst en de GKA/Plangroep) wordt onderzocht bij hoeveel mensen na de start van de schuldregeling/-sanering de WWB-uitkering beëindigd of verlaagd is wegens werk aanvaarding of een andere reden.
  2. Door middel van interviews met (voormalig) WWB-ontvangers die in een schuldenregeling zitten wordt onderzocht welke overwegingen mensen hebben om na de start van een schuldregeling meer te gaan werken, of juist niet.

Ook de opvattingen van de uitvoerend professionals is van belang. Zij kunnen immers de cliënten activeren en stimuleren om te gaan werken ook en zelfs wanneer de betrokkenen daar niet direct zelf profijt van hebben, maar pas op de (wat) langere termijn. Daarom worden in beide gemeenten ook een aantal interviews met klantmanagers en schulddienstverleners gehouden.

Opbrengst

Het hier voorgenomen onderzoek is relevant voor de uitvoering van de schuldhulpverlening maar ook voor professionals die zich bezig houden met de uitvoering van de WWB, en binnenkort de participatiewet. Voor de schuldhulpverlening en uitvoerders van de WWB/participatiewet is het onderzoek relevant omdat het licht wil werpen op de invloed die deelname aan een schuldregeling heeft op het (arbeidsmarkt)gedrag van schuldenaren. Schuldhulpverlening is gericht op het bevorderen van financieel gezond gedrag en daarbinnen dus ook op het vergroten van het inkomen door het verrichten van betaald werk.

Vanuit het perspectief van de bijstand worden problematische schulden vaak als belemmering gezien om (weer) te gaan werken. Maar is dat onder alle omstandigheden zo? En is het wellicht ook mogelijk mensen met problematische schulden die in een sanerings- of schuldbemiddelingstraject zitten te stimuleren (weer) te gaan werken en, zo ja, hoe? Omdat de HvA professionals voor beide velden opleidt is het onderzoek daarmee ook relevant voor het onderwijs dat daar gegeven wordt.

Download

Gepubliceerd door  AKMI 30 maart 2016