Hogeschool van Amsterdam

Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie

Religiositeit en religieuze coping

Promotieonderzoek

Project

Titel: Religiositeit en religieuze coping met speciale aandacht voor het bidden voor hoogopgeleide vrouwen van Marokkaanse achtergrond in Nederland

Afbeelding API

Promotor: prof. dr. H. Alma (Universiteit van Humanistiek) en prof. dr. R. van Uden (Universiteit Tilburg), co-promotor: dr. J. Pieper (Universiteit Utrecht)

Startdatum: november 2007

Dit onderzoek beschrijft de betekenis van religiositeit en religieuze coping met speciale aandacht voor het bidden voor hoogopgeleide vrouwen van Marokkaanse achtergrond in Nederland. Hoewel er in Nederland onder moslima's van Marokkaanse achtergrond veel -voornamelijk kwalitatief-, sociologisch en antropologisch onderzoek is verricht, is er nog weinig bekend over wat de islam precies persoonlijk voor hen betekent en of zij hun geloof gebruiken bij het hanteren van problemen.

Het onderzoek is gestart in november 2007 en wordt naar verwachting beëindigd in november 2011.

De directe aanleiding voor dit onderzoek was belangstelling voor de islam vanuit de studenten aan de hulpverleningsopleidingen van de Hogeschool van Amsterdam en het aanbod van de Hogeschool van Amsterdam om promotieonderzoek te verrichten. De keuze voor de groep hoogopgeleide vrouwen van Marokkaanse achtergrond is gemaakt op basis van een lange verbondenheid met deze groep.

Mijn doel was om een bijdrage te leveren aan de hulpverlening voor en door moslims. Ik was benieuwd of het praten over de wijze van bidden en het contact met God "empowerend" zou kunnen werken. Daarom heb ik contact gezocht met professor dr. Hans Alma van de Universiteit van Humanistiek. Sinds 2008 heeft zij mijn onderzoek begeleid, samen met promotor prof dr. Rien van Uden en co-promotor dr. Jos Pieper (Universiteit van Utrecht en universiteit van Tilburg). Sinds mei 2010 is prof. Dr. Rien van Uden mijn hoofdpromotor geworden.

Vanuit het religieuze copingparadigma van de godsdienstpsychologen Pargament (Pargament 1988, 1997, 2000, 2005b) en collega's is er wereldwijd veel kwantitatief onderzoek gepubliceerd over de religiositeit, de religieuze praktijken, de religieuze copingstijlen en de impact hiervan op het psychisch welbevinden van gelovige christenen en joden. Hoewel er inmiddels ook onderzoek onder moslims is verricht, is er nog onvoldoende bekend over de invloed van religiositeit en religieuze coping op de psychische gezondheid van moslims. In Nederland is er door onderzoek verricht naar de psychologische betekenis van bidden.

Wij hebben gekozen voor een kwantitatief en kwalitatief onderzoek, gebaseerd op Nederlands onderzoek naar bidden door Janssen, van Uden en Banzinger, de Receptieve religieuze copingstijl van Alma, van Uden en Pieper, en religieuze en niet-religieuze copingstrategieën van Pieper en van Uden.

De onderzoeksvraag van dit onderzoek is als volgt:

Welke kenmerken heeft de religiositeit en het bidgedrag in het bijzonder, van hoogopgeleide moslimvrouwen van Marokkaanse achtergrond? Op welke wijze gebruiken ze hun religiositeit en het bidden in het bijzonder bij het omgaan met problemen? Welke verschillen in religieuze copingstijl zijn er waarneembaar?

De onderzoeksmethoden die gebruikt zijn voor het kwantitatieve onderzoek is een vragenlijst met Liktertschaalvragen die is uitgezet op basis van de sneeuwbalmethode onder 177 respondenten. Na factoranalyse van deze onderzoeksgegevens zijn er verschillen in religieuze copingstijl in deze populatie vastgesteld, waardoor een gevarieerde selectie mogelijk werd van respondenten voor diepte-interviews. Met behulp van een op de theorie gebaseerde vragenlijst zijn er vervolgens dertien interview afgenomen. Deze gegevens zijn vervolgens gecodeerd, waardoor er schema's ontstonden die de individuele verschillen verhelderen tussen deze respondenten in religiositeit, religieuze en niet-religieuze copingstrategieën en de impact hiervan op hun psychisch welbevinden.

Uit het onderzoek blijkt dat de religiositeit, en de religieuze coping voor deze hoogopgeleide moslima's van Marokkaanse achtergrond een belangrijke rol speelt in hun dagelijks leven, ook bij het omgaan met stress, maar dat er ook sprake is van onderlinge individuele verschillen. Er zijn vrouwen die zich geheel richten op de wereld van God en het hiernamaals en vrouwen die hun carrière en de contacten met hun dierbaren combineren met het streven om een goede moslim te zijn in het aardse leven. Een deel van deze vrouwen betrekt God altijd bij hun problemen, zij voelen zich opgelucht en gehoord als zij bij God in hun gebed hun hart uitstorten. Daarna hebben zij het gevoel dat het wel goed komt. Zij vertrouwen op zijn steun en hulp, maar vinden dat zij zelf ook verantwoordelijk zijn om hun problemen actief aan te pakken. Dit wordt de samenwerkende religieuze copingstijl genoemd. Dit betekent dat zij zoveel mogelijk bij hun probleem oplossing God betrekken en om steun en hulp vragen.

Door de salaatgebeden voelen zij zich innerlijk tot rust komen waardoor zij problemen kunnen relevatieveren. Zij vragen in hun smeekgebeden God om steun en kracht en voelen zich geïnspireerd door hun geloof om hun problemen te lijf te gaan. Een paar vrouwen voelen zich ongerust over de kans op de hel in het hiernamaals omdat zij zich nog niet zo goed aan Gods voorschriften houden.

Er zijn ook vrouwen die de islam wel belangrijk vinden voor hun persoonlijk leven, maar zij betrekken God minder bij probleemoplossing. Dit wordt de zelfsturende religieuze copingstijl genoemd.

Opvallend is dat vrijwel niemand zich passief opstelt ten opzichte van het eigen lot, zoals veel van hun moeders nog wel deden om te overleven. Deze hoogopgeleide moslima's ontwikkelden juist zelf veel niet-religieuze copingstrategieën om hun eigen problemen op te kunnen lossen. Daarbij maken zij nog wel gebruik van de steun en adviezen van hun moeders, die meestal van religieuze aard zijn.

Het volgende schema geeft weer welke copingstrategieën wij in het kwalitatieve onderzoek hebben gevonden:

Overzicht schema 8 gebaseerd op religieuze en niet-religieuze copingstrategieën van Uden en Pieper 2009, aangepast door onderzoek van der Valk onder moslima's.

I Religieuze copingstrategieën

1. Coping door religieuze betekenisgeving a. Gods plan en levensles

b. God wijst de weg, mens maakt fouten

c. Toeschrijven aan duivel/djinn

d. Twijfels over God

2. Coping door religieuze gevoelens a. Troost, kracht, vertrouwen vinden bij God

b. Berouw voor zondes uiten naar God

c. Distantie voelen t.a.v. het geloof/ God

3. Coping door religieuze praktijken a. Bidden salaat, doua, dhikr

b. Verrichten/ beluisteren koranrecitaties c. Raadplegen religieuze bronnen

4. Coping door contact met geloofsgenoten a. Geloofsgenoten geven steun

b. Zelf geloofsgenoten steunen

c. Herstel contact/ vergeven

d. Deelname aan religieuze activiteiten

5. Effecten religieuze coping a. Stressreductie

b. Stresstoename

II Niet-religieuze copingstrategieën

1. Coping met behulp van opvattingen a. Positieve herinterpretatie

b. Probleemrelativering

c. Negatieve herinterpretatie

2. Coping met behulp van gevoelens a. Vertrouwen op de toekomst

b. Emoties ventileren

c. Protesteren, afzetten tegen

3. Coping met behulp van handelingen a. Probleemconfrontatie

b. Probleemvermijding

c. Afleiding zoeken

4. Coping door ondersteuning a. Anderen geven steun

b. Zelf anderen steunen

c. Professionele ondersteuning

5 Effecten niet-religieuze coping a. Stressreductie

b. Stresstoename

Gepubliceerd door  AKMI 11 augustus 2014